Mega - Deil Electronics        Smsduif           

                   

Pleitnota voor T.& G.

Nieuws - Voor u gelezen

Gesponsorde links
Onderstaand de pleitnota welke we op de zitting aan het T. & G. overhandigd hebben. Het had echter weinig nut, tijdens de zitting bleek al hoe partijdig het T. & G. was. Zo werd ik door de voorzitter 'Het verwendste jongetje van de klas genoemd', omdat ik vond dat we recht hadden op een vergelijkbaar aantal vluchten als de rest van Nederland. Ook stonden ik, Nico-Jan Koenders en Henk Bussing na afloop al bijna 10 minuten buiten toen het bestuur van Afdeling 8 binnen nog een gezellig onderonsje had met het T. & G. Menig rechter in Nederland wordt voor minder gewraakt.

---

Pleitnota:

Inzake:

Jonge Duiven Club i.o.

Tegen

Bestuur afdeling 8 GOU

Geacht College,

Partijen zullen in het navolgende “JDC en “Bestuur” worden genoemd.

De JDC heeft bij het Bestuur een verzoek ingediend voor het oprichten van een Jonge Duiven Club. Zij vindt haar legitimatie hiervoor in artikel 35 lid 2 HHR.

De reeds in het geding gebrachte stukken zijn:

Door de JDC:

1. Verhandeling A. Coolen inzake vliegprogramma`s 2011.
2. Brief A.C. Ebben inzake het oprichten van een JDC. d.d. 5 november 2010.
3. Brief bestuur d.d. 17 november 2010.
4. Brief A.C. Ebben 23 december 2010.
5. Brief A.C. Ebben d.d. 28 december 2010.
6. Brief bestuur d.d. 21 januari 2010 (moet zijn 2011).
7. Brief  A.C. Ebben d.d. 8 februari 2011.
8. Brief bestuur d.d. 21 februari 2011.
9. Brief A.C. Ebben d.d. 24 februari 2010 (moet zijn 2011).
10. Mailbericht JDC 14 maart 2011.
11. Brief bestuur 16 maart 2011.
12. Brief bestuur JDC d.d. 22 maart 2011.


Door het Bestuur:

Door de Geschillencommissie zijn geen gegevens aan de JDC verstrekt van de stukken die zijn ingebracht door het Bestuur.

De geschiedenis: Het kader waarbinnen het onderhavige geschil dient te worden beoordeeld:

Op 5 november heeft Ton Ebben op persoonlijke titel, het bestuur verzocht toestemming te verlenen voor het oprichten van een JDC. Als reactie hierop heeft het bestuur Ebben laten weten dat volgens de regelgeving alleen aan rechtspersonen de bevoegdheid is toegekend om een vereniging binnen de NPO op te richten. Naar aanleiding van deze berichtgeving heeft de JDC i.o. het bestuur, op basis van artikel 35 lid 2 van het HHR, toestemming gevraagd voor het oprichten van een JDC. Vervolgens heeft JDC bij brief van 28 december haar doelstelling nader toegelicht. Op 21 januari 2011 heeft het bestuur laten weten aan deze toestemming voorwaarden te zullen verbinden. Daarnaast verzocht het bestuur de JDC om uitgebreide nadere informatie. Deze informatie werd door de JDC verstrekt in haar brief van 8 februari 2011. Op 24 februari heeft het bestuur aan de JDC laten weten geen bezwaar te hebben tegen het oprichten van een JDC. Tevens heeft zij toen de daaraan gestelde voorwaarden bekend gemaakt. De JDC heeft het bestuur vervolgens laten weten niet akkoord te kunnen gaan met de gestelde voorwaarden. Een van de initiatiefnemers, Nico Jan Koenders, heeft separaat getracht tot een gesprek met het bestuur te komen om op die wijze uit de ontstane impasse te komen. Het bestuur is op dit verzoek niet ingegaan.  Eerst op 21 maart heeft zij gereageerd op de brief van JDC d.d. 24 februari. Omdat bij de JDC bekend was dat haar brief van 24 februari in de bestuurvergadering van 9 maart was behandeld, heeft zij op 14 maart in een mail haar ongerustheid laten blijken over de lange tijd die het bestuur kennelijk nodig had om haar reactie ten aanzien van genoemde brief aan de JDC kenbaar te maken. Op 16 maart tenslotte ontving de JDC de reactie van het bestuur. Deze reactie was voor de JDC aanleiding de kwestie voor te leggen aan de Tucht- en Geschillencommissie van Afdeling 8 GOU.

De grieven van de JDC tegen de door het bestuur gestelde voorwaarden aan de JDC.

1. Algemeen:

De voorwaarden die door het bestuur worden gesteld aan de JDC maken de doelstelling van de JDC onmogelijk. Doordat in de Algemene Ledenvergadering van 2 november door de leden van deze vergadering met een nipte meerderheid werd gekozen voor de G-vluchten, ontstond een vliegschema waarbij de eerste wedvlucht voor de jonge duiven eerst plaats zou vinden op 29 juli 2011. Daarnaast werd in dit schema het aantal vluchten voor deze duiven beperkt tot slechts 7 stuks. In dit verband wordt verwezen naar een verhandeling van A. Coolen, waarin o.a. het aantal vluchten per afdeling is aangegeven. Uit dit overzicht blijkt overduidelijk de grote afwijking in het aantal wedvluchten voor jonge duiven die plaatsvinden binnen Afdeling 8 ten opzichte van de overige afdelingen. Tevens blijkt dat deze afdelingen aanmerkelijk eerder met genoemde wedvluchten starten.

2. Besluit G-vluchten:

Nu de G-vluchten in het vliegprogramma zouden worden opgenomen ontstond een aanmerkelijke beperking van het aantal vluchten waarop jonge duiven zouden kunnen worden opgeleerd. Waar men de jaren ervoor, hiervoor zowel de jonge duivenvluchten als  de navluchten kon gebruiken (totaal ca. 15 vluchten), bleven er nu slechts 7 vlucht(opleer)mogelijkheden over. Hierdoor kan er sprake zijn van een ernstig ervaringsgebrek voor de jonge duiven, als zij als jaarling moeten strijden tegen duiven die als jong wel alle mogelijkheden hebben gehad die nodige vluchtervaring op te doen. Het is vooral om die reden dat de prestatiegerichte liefhebbers tot het initiatief kwamen tot het oprichten van de JDC.

3. Matrix NPO:

Het bestuur noemt onder haar voorwaarden dat de wedvluchten met jonge duiven niet eerder mogen aanvangen dan de datum die hiervoor binnen de Matrix van de NPO is aangegeven. Deze bewering is niet juist. Dat blijkt niet alleen uit het gegeven dat andere afdelingen wel eerder met wedvluchten voor jonge duiven beginnen dan daar in aangegeven. Ook uit een mededeling van de NPO geeft aan dat de Matrix slechts van toepassing is om binnen de in deze Matrix genoemde periode, uitslagpunten op wedvluchten bijeen te vliegen die meetellen voor het Nationaal kampioenschap. Ter verduidelijking, om kennelijke misverstanden te voorkomen, wordt in deze mededeling aangegeven, (er wordt geciteerd:) In dit verband verwijs ik u naar bijlage 1 waarin het bestuur NPO uitdrukkelijk aangeeft dat er voldoende ruimte is om meer dan de aangegeven 6 of 7 vluchten in een bepaalde categorie te organiseren.

Uit bovenstaande kan niet anders worden geconcludeerd dat de, ten aanzien van dit punt gestelde voorwaarde, door het bestuur niet had mogen worden gesteld zoals zij dat wel deed in haar brief van 21 januari.

Los van bovenstaande blijkt dat ook de NPO enthousiast is over het initiatief om te komen tot het oprichten van een JDC. Dit enthousiasme blijkt overduidelijk uit een kopie van onderstaand mailbericht van de directeur NPO Georg de Jongh dat hij ook heeft doorgestuurd naar Falco Ebben:

Geachte secretarissen,

Afgelopen periode is er het nodige te doen geweest rond het verzoek een nieuwe (jonge) duivenvereniging op te richten. Dit met als algemeen oogmerk meer vluchten voor jonge duiven te kunnen organiseren. Als spreekbuis treedt hiervoor Falco Ebben op de voorgrond.

Het bestuur NPO heeft recent uitgebreid kennis genomen van de wijze waarop dit proces verloopt. Inmiddels ligt er een vraag voor aan het bestuur om over deze ontwikkeling een mening te geven.

Het moge duidelijk zijn dat het bestuur NPO erg enthousiast is voor dergelijke initiatieven. De ontwikkeling lijkt erg aan te sluiten op (delen van ) het proces Vlucht naar de Toekomst. Wij willen u beider besturen dan ook verzoeken zoveel als mogelijk ruimte te bieden aan de getoonde initiatieven. Mocht u daarbij steun nodig hebben van het bestuur NPO dan willen zij daar graag in meedenken.

Mocht u, onverhoopt, niet positief tegen dit initiatief aankijken zouden wij graag de achterliggende redenen hiervan vernemen.

Gegeven de tijd die nog rest tot aanvang seizoen wil ik u verzoeken met spoed op dit bericht te reageren.

Namens bestuur NPO
Met vriendelijke groet,

George de Jongh
Directeur NPO
Postbus 908
3900 AX Veenendaal

4. Oneerlijke concurrentie:

Het bestuur staat niet toe dat er door de JDC vluchten voor jonge duiven worden georganiseerd voorafgaande aan de G-vluchten van haar afdeling. Zij stelt dat hierdoor oneerlijke concurrentie ontstaat voor degenen die niet wensen deel te nemen aan de vluchten van de JDC. Hierdoor zouden de kansen van deze liefhebbers voor het behalen van kampioenschappen aanmerkelijk worden verkleind. Het is echter de vrije keuze van deze liefhebbers zelf, zich niet aan te sluiten bij de JDC. Er vindt geen ballotage plaats om het lidmaatschap te krijgen.

De JDC vindt deze voorwaarde een protectionistische maatregel van het bestuur. Zij beschermt hiermee de mogelijke belangen van slechts een deel van de liefhebbers die vallen binnen haar afdeling. Door haar protectie behartigt  zij immers niet de belangen die de leden van de JDC, die op gelijkwaardige wijze lid zijn van Afdeling 8, op gelijke wijze. Deze handelwijze is daarom in strijd met de Wet gelijke behandeling en dus onrechtmatig. Dit wringt temeer daar de gedupeerde JDC leden geen alternatief hebben. Zij mogen nergens anders meedoen aan wedvluchten. Zij zijn, door de regelgeving gebonden, dit verplicht te doen binnen afdeling 8. Als zij al een beroep op dispensatie willen doen voor het spelen in een andere afdeling, zijn zij opnieuw afhankelijk van de goedkeuring van hetzelfde bestuur. De JDC leden zijn hierdoor overgeleverd aan mogelijke, in dit geval voor de hand liggende machtsmisbruik van het bestuur.

Tenslotte zijn genoemde protectionistische maatregelen in strijd met artikel 3 van de Statuten van de NPO. De duivensport wordt immers niet in de ruimste zin van het woord bevorderd, maar voor de JDC juist in de ruimste zin beperkt.

De belangen van deze leden zijn er in gelegen dat zij hun jonge duiven op een zodanige wijze in het jaar van hun geboorte kunnen opleren, dat zij als jaarling met evenveel of nagenoeg evenveel ervaring kunnen strijden voor alle denkbare kampioenschappen. Van gelijke wijze zal en kan geen sprake zijn als de duiven in Afdeling 8 slechts 7 vluchten kunnen en mogen vliegen en in de andere afdelingen 12 tot 17 vluchten. De opmerking van het bestuur om deze duiven de gewenste ervaring na afloop van haar vliegprogramma te laten opdoen is niet reëel. Deze duiven zullen rond dat tijdstip immers in de rui vallen waardoor het spelen er mee als dieronvriendelijk en daarom ongewenst kan worden aangemerkt. Ook kunnen er in die periode geen punten meer worden behaald voor de competities zoals TBOTB.

Het bestuur gaat voorbij aan het belang dat de leden van de JDC hebben om onder gelijke omstandigheden te kunnen strijden voor titels te behalen bij competities zoals TBOTB, de Olympiade enzovoorts. Dit belang kent niet alleen  een commerciële waarde zoals zij in de wandelgangen suggereert, maar veel meer een sportieve. Deze competities zijn immers bij uitstek een vergelijkingsmogelijk voor de kwaliteit van de duiven van die van henzelf en die van hun collega’s in de andere afdelingen. De JDC leden streven er naar het hoogste platform van de duivensport te bereiken. Zij worden in dit streven eveneens door het bestuur nadrukkelijk beperkt.

Overigens is het vreemd dat het bestuur wel al jaren toestaat dat liefhebbers probleemloos massaal jonge duiven, voorafgaande aan het vliegprogramma afdeling, inkorven in inkorflokalen in andere afdelingen, terwijl zij het de JDC verbiedt hetzelfde te doen in haar club binnen de eigen afdeling. Waarom wordt hiertegen door haar niet opgetreden?

Nog spannender maakt het bestuur het door, voor het opleren van jonge duiven, voor Regio 1, vier opleervluchten op het programma te zetten en voor de Regio`s  2 en 4 slechts twee. Volgens de inzichten van het bestuur leidt het verschil tussen deze voorbereidingen dan toch eveneens naar een oneerlijke competitie!

Bedroevend is het vast te stellen dat het juist de JDC is die zich wil houden aan de regelgeving van NPO en Afdeling, dit in tegenstelling tot genoemde “wilde” inkorvers. Zowel Van Dale als Koenen geven als betekenis voor “concurrentievervalsing”: Verstoring van de eerlijke concurrentie door min of meer onwettige middelen. De regelgeving is dat men speelt binnen het door de NPO aangewezen Unieke Werkgebied. In weerwil van deze regel doen genoemde inkorvers dat juist niet. Hierdoor is er sprake is van gebruik door hen, van een onwettig (niet reglementair) middel.

Samenvattend:

Nu het systeem G-vluchten in weerwil van de wens van de leden van de JDC toch op het vliegprogramma verscheen, bleef deze ambitieuze liefhebbers geen andere keuze dan om een verzoek bij de afdeling in te dienen een eigen JDC op te mogen richten. Dit werd door het bestuur toegestaan echter onder zodanig zware en beperkende voorwaarden dat de doelstelling van de JDC niet kan worden uitgevoerd. De JDC wil, voorafgaande aan de G-vluchten, wedvluchten organiseren om op gelijke wijze en in gelijke mate als de liefhebbers in de andere afdelingen, jonge duiven efficiënt op te leren. Daarnaast geeft  het hen de mogelijkheid op eenzelfde aantal vluchten punten te verzamelen voor de competities zoals TBOTB, Master Award enzovoorts. Beide doelstellingen zijn zoals gezegd, door het bestuur middels haar voorwaarden onmogelijk gemaakt.

De protectionistische handelwijze van het bestuur in strijd met de Wet en Het Recht. Daarnaast  doet zij geen recht aan de doelstelling van artikel 3 van de Statuten van de NPO.

Het bestuur spreekt van oneerlijke concurrentie. Om onbegrijpelijke reden staat zij wel toe, althans treedt hier tegen niet op, dat  “wilde inkorvers”wel duiven, nota bene buiten haar eigen afdeling, inkorven terwijl het de JDC verboden wordt hetzelfde, weliswaar in wedvluchtverband, te doenvoorafgaande aan de G-vluchten. Hier is derhalve sprake van willekeur van het bestuur.

Met conclusie:

De JDC verzoekt de Tucht- en geschillencommissie op basis van voornoemde argumenten, het bestuur van de Afdeling op te dragen gestelde voorwaarden in haar brief van 21 januari 2011 terug te nemen en het de JDC mogelijk te maken een vijftal nader te bepalen jonge duiven wedvluchten te organiseren voorafgaande aan  de geplande G-vluchten van de Afdeling.

Tenslotte verzoekt de JDC de Tucht en Geschillencommissie indien mogelijk, op de zittingsavond reeds mondelinge uitspraak te doen en deze later schriftelijk te motiveren. Indien dit door de Commissie als niet haalbaar word geacht dan verzoekt de JDC de Commissie, i.v.m. de tijdsdruk m.b.t. de organisatie van de eerste wedlucht door de JDC, zo spoedig mogelijk uitspraak te doen.

De Jonge Duiven Club.

 



Gesponsorde links

Gerelateerde artikelen

MAAK KANS OP MOOIE PRIJZEN VOOR 2013 

BINNENKORT ZULLEN DE PRIJZEN BEKEND WORDEN GEMAAKT