Het artikel over de jonge duiven problemen van afgelopen maand leverde een stapel aan reacties op. De reacties varieerden van uiterst positief tot zeer negatief. Dat laatste wijd ik dan vooral aan het feit dat de inhoud van de nieuwsbrief vooral gericht was op de preventieve aanpak. Bij veel liefhebbers had dit totaal geen nut meer op dat moment, omdat het huis als het ware in brand stond. Veel liefhebbers maakten melding van grote verliezen bij de jongen. Maar er was ook een liefhebber die preventieve aanpak gewoon onzin vond. Gewoon antibiotica erop als het uitbreekt en dan zien hoe ver we komen was min of meer zijn visie. Preventief trachten te handelen vond hij maar ge… Zo’n redenatie vind ik jammer. Want zoals we allemaal kunnen vaststellen  heeft het er alle schijn van dat deze problematiek ieder jaar toeneemt. Ik denk dat we juist collectief door middel van preventieve aanpak moeten trachten de infectiedruk bij de jongen zo laag mogelijk te houden. De frustraties over de verliezen zoals die nu op veel plaatsen oplopen liegen er immers niet om. Al met al was er reden genoeg om een aantal van de reacties en vragen in een vervolgartikel nader te bespreken. Ik kan me sommige negatieve reacties van liefhebbers wel voorstellen. Je zult maar midden in de problemen van de jonge duiven ziekte zitten en dan in een nieuwsbrief lezen dat preventieve maatregelen belangrijk zijn om de schade te helpen beperken.

Dan lees je toch veel liever dat er nog medicijnen zijn die in vloek en een zucht het probleem weten op te lossen. In geval van problemen is ook nog wel met een kuur met goede medicatie en de nodige ondersteuning de schade te beperken. Maar net als bij griep bij de mens heeft het lichaam daarna toch tijd nodig om de conditie weer op te bouwen. De prestaties zijn doorgaans dan ook minder dan zonder alle doorstane ellende van de jonge duivenziekte.

Ik schrijf in bovenstaande alinea dat er nog wel medicijnen zijn die in geval van een uitbraak van de jonge duivenziekte soelaas kunnen bieden. Maar inmiddels is in navolging van de situatie bij melkkoeien en het vleesvee in Nederland een wetgeving van kracht geworden die de mogelijkheden van dierenartsen om zelf te kiezen voor bepaalde antibiotica drastisch inperkt. Er is inmiddels ook buiten de landbouwhuisdieren sprake van zogenaamde eerste, tweede en derde keusmiddelen. Antibiotica die tot de tweede keusmiddelen behoren zijn bijvoorbeeld amoxicilline met clavulaanzuur. En een middel wat inmiddels een derde keusmiddel geworden is, is enrofloxacine beter bekend onder zijn merknaam Baytril. Dierenartsen worden geacht om kwalen bij voorkeur te behandelen met eerste keusmiddelen zoals Trimsulfa. Pas als middels bacteriologisch onderzoek en een resistentietest (antibiogram) de noodzaak van toepassing van een tweede keus middel is aangetoond mag dit worden ingezet. Het voorschrijven van derde keusmiddelen als Baytril wordt geacht met zeer grote terughoudendheid te gebeuren. Voor dierenartsen wordt het uitvoeren van bacteriologisch onderzoek dan ook eerder noodzaak dan vrijblijvendheid om aan te kunnen blijven tonen dat hij of zij conform de wetgeving en lege artis werkt. Praktisch levert een en ander problemen op. De praktijk leert dat niet altijd hetzelfde middel het beste effect heeft bij de behandeling van de secundaire infecties bij jonge duivenziekte. Het komt voor dat trimsulfa (eerste keus middel) bijvoorbeeld niet werkt. Dan moet een ander middel voorgeschreven kunnen worden. We zitten echter met het probleem dat de piek van de jonge duivenziekte optreedt vlak voor of tijdens het begin van het jonge duivenseizoen. Wachten op een uitslag van bacteriologie, om een andere therapie in te kunnen zetten,  is het laatste wat een liefhebber die in de problemen zit dan wil.

We hebben dit jaar als gevolg van de regelgeving dan ook besloten voor het eerst een soort van databank aan te leggen middels bacteriologisch onderzoek van de middelen die op enig moment het beste werken. De dagelijkse praktijk zal moeten uitwijzen of deze aanpak een beeld kan geven van de gevoeligheid van de gevonden (doorgaans E. Coli-) bacteriën bij de aangetaste duiven. Hopelijk kan op die manier toch snel en adequaat worden ingegrepen zodra er sprake is van een uitbraak zonder dat een heel  jongduivenbestand de pineut is en de liefhebber in kwestie zijn speelseizoen in de as ziet liggen. Het moge na lezing van het bovenstaande duidelijk zijn dat er meerdere redenen zijn dat een preventieve aanpak aangaande het jonge-duivenziekte-probleem steeds belangrijker wordt. We zullen het met zijn alle moeten doen.

Een andere liefhebber was heel stellig. Als de ziekte uitbreekt stopt hij gewoon en speelt hij de duiven bij de late jongen. En zuiver medisch gezien is dat een goede aanpak. Als ik een liefhebber tref die tegen een fikse Herpesinfectie is aangelopen dan adviseer ik hem ook om de duiven te laten uitzieken en pas te spelen bij de late jongen. In dat geval is de ziekte doorstaan en is de kans op verliezen bij deze jongen veel geringer. Wil men toch forceren en de duiven spelen dan is de kans groot dat veel jongen achterblijven ook al korft men ze kogelrond in. Veel duiven die deze infectie doormaken vertonen amper verschijnselen maar zakken door het ijs als ze in de manden komen als gevolg van de stresssituatie. Waar de wetgever het gebruik van antibiotica aan banden wil leggen ter bescherming van de volksgezondheid, zal duidelijk zijn dat preventief kuren met antibiotica, zoals in de duivensport niet ongebruikelijk is, op enig moment als ‘ een zonde’ zal worden gezien. Dierenartsen zullen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en zullen moeten aantonen dat  het gebruik van bepaalde middelen noodzakelijk was. Dat dit onvermijdelijk van invloed is op het gebruik van bepaalde medicijnen moge duidelijk zijn. Nu al is er vaak sprake van onbegrip bij de liefhebbers als getracht wordt een en ander uit te leggen. De boze reacties zijn vaak niet van de lucht. Mijn assistentes moeten het vaak ontgelden als ze een en ander proberen uit te leggen alsof er onwil in het spel zou zijn.

Weer een andere liefhebber vroeg zich af waarom er jonge duiven binnen enkele uren stierven als ze besmet waren. Welnu die sterfte is vooral toe te wijzen aan de bloedvergiftiging die als gevolg van de infectie optreedt. Op het moment dat men signaleert dat de jongen ziek zijn is men welhaast te laat in bepaalde gevallen. Dat is ook een verschuiving van het beeld wat we zien. Vroeger waren sterfgevallen bij jonge duivenziekte niet zo veelvuldig als ze momenteel lijken op te treden. Tevens vroeg deze liefhebber zich af waarom het lijkt alsof de oudere jonge duiven er minder last van hebben. Het antwoord op die vraag heb ik in het vorige artikel al min of meer behandeld. De ontwikkeling van het immuunsysteem van de duiven heeft tijd nodig. De jonge duiven maken allerlei kinderziekten door, vaak zonder klinische verschijnselen. Naarmate het afweerorgaan verder ontwikkeld is zal het beter bestand zijn tegen allerlei infecties. Ook de secundaire infecties bij virale infecties als het Adenovirus. De groep jongere duiven is vaak nog niet zo ver en zal als eerste de pineut zijn. Door de sterke verhoging van de infectiedruk die daardoor plaatsvindt komt er een moment dat ook het nog niet volledig ontwikkelde afweerorgaan van de oudere jongen duiven te kort gaat schieten. Dan kunnen ook deze aangetast raken. De praktijk leert dat deze diertjes dan veelal niet zo ver terugzakken als hun jongere soortgenoten.

 Met name het Adeno virus is sterk seizoensgebonden en stressfactoren spelen daarbij een rol. Verdonkeren van jonge duiven, opleermanden etc zijn allemaal stressfactoren voor deze jonge duiven. Stralend blauwe hemel met oostenwind is ook niet bepaald ideaal voor jonge duiven. Latent aanwezige virussen grijpen door de verlaging van de weerstand door de stress hun kans en zorgen voor de uitbraak van de ziekte, die dan als een lopend vuurtje door de opleermanden verspreid. Duiven die de ene week nog goed thuiskwamen laten het een week later volledig afweten en blijven massaal achter. We zullen moeten trachten de stressfactoren zoveel mogelijk te leren beheersen. Zo zijn er liefhebbers die opleermanden aanschaffen om duiven al vroeg te leren dat er geen reden is voor stress. Een andere uitlokkende factor is het bijeenplaatsen van verschillende leeftijdsgroepen. Vaak breekt korte tijd daarna de infectie uit. Er werd ook nog een vraag gesteld of schimmels een rol spelen bij de Jonge duivenziekte. Ik weet dat er collega’s zijn die veel problemen ophangen aan de vermeende aanwezigheid van schimmels. Met name Candida Albicans. In de jaren negentig schreef ik al artikelen over de mogelijkheid dat deze gist verschijnselen van vermoeidheid en vormverlies kan geven. Onderzoek wijst uit dat deze gist niet zo vaak de problemen veroorzaakt als men soms wil doen geloven. Wanneer zien we het optreden? Bij frequent (onnodig) gebruik van antibiotica. Maar ook als de weerstand van de duiven door andere infecties of anderszins verzwakt is. Op het moment dat een dierenarts spreekt over kropschimmel en dergelijke kan men er van uit gaan dat het met de weerstand van de duiven maar matig gesteld is. Bony SGR waarbij de S de G en de R staan voor schimmelgroeireductie speelde er al vanaf zijn ontwikkeling op in de gisten en schimmels geen kans te geven mede door de weerstand te verhogen.

Maar ook een middel als Lugol heeft een schimmeldodend effect door de aanwezige jodium. Lugol is ook een van de bestanddelen van de Sambuccaplus. De ondersteuning van de weerstand is niet in alle gevallen zaligmakend maar kan tot een situatie leiden waarbij de duiven wel nog voldoende kunnen reageren op eerste keusmiddelen. Zo kunnen we met zijn allen bijdragen om het gebruik van tweede keusmiddelen, wat de overheid wenst in het belang van de volksgezondheid, te beperken. Het gebruik van immunoproteïnen kan ook bijdragen tot een beperking van de infectiedruk van de jonge duivenziekten. Ook hierdoor kan het gebruik van antibiotica worden terug gedrongen. Meerdere producenten van voedingssupplementen voor duiven hebben deze speciale eiwitten in hun assortiment. Bony farma brengt ze op de markt onder de naam Jongdierpoeder. Dit soort producten bevatten allemaal geen antibiotica maar eiwitten die zich aan de ziekteverwekkers kunnen binden waardoor deze onschadelijk worden gemaakt.

Succes

Peter Boskamp



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Evelien's Journaal

CAHORS, BERGERAC, PERONNE en VIERZON. Even een terugblik op vorige week. De grootste bloedhitte is voorbij, ...

Evelien's Journaal

De Tour

Alweer een weekje is de Tour de France bezig. Jumbo – Visma heeft al 4 overwinnigen. Ook reed Teunissen 2 dagen in ...

Ad de Jong

Wederom zwaar duivenweekend met als ...

Wie dacht dat Wim Muller afgeschreven was die heeft toch even achter zijn oren moeten krabben, en ik durf te zeggen dat ...

Evelien's Journaal

COLUMNS

Sjaak Buwalda - Wervelwind –

Had ik al getikt dat de zaterdagen wel vervloekt lijken? Daar paste afgelopen zaterdag zo in het rijtje, zo liever ...

Sjaak Buwalda

Nico van Veen - Toekomst van de ...

Op de vorige column over het onderwerp “toekomst van duivensport” kreeg ik veel reacties. Daarnaast zie ...

Nico van Veen

Mediatraining

Ja ja ik weet het, ik kom eraan. Zo ik zit, beetje veel ccccoffeïne aan het verwerken. Dacht slim te zijn door ...

Sjaak Buwalda