In mijn vorige column over het onderwerp selecteren liet ik een relatieve beginner aan het woord, namelijk Wim Buwalda. Deze was er, dankzij zeer goed startmateriaal, in geslaagd om binnen 5 jaar een zeer sterk presterend hokje duiven op te zetten.

We zijn inmiddels 5 jaar verder en de duivenjas van Wim heeft hij helaas al weer enkele jaren geleden weggehangen. Net als voor vele andere starters en herstarters die de afgelopen weer zijn gestopt, werd de investering in tijd en geld hem teveel. In een toekomstig artikel over de redenen om te stoppen met de duivensport zoek ik Wim misschien nog wel eens op. Met Wim sprak ik destijds dus over selecteren en hij gaf daarbij aan dat hij dat één van de meest moeilijkste dingen van de duivensport vond. Afscheid nemen van duiven die langer dan een jaar op zijn hok zaten en waarmee hij inmiddels een band had, ging hem erg slecht af. Ik kom dat tijdens het beoordelen/selecteren in de wintermaanden vaker tegen en helaas is dat niet zelden de reden van mindere prestaties. Wil je bij de kampioenen op het podium komen en blijven zit er echt niets anders op dan streng te selecteren. Een van de liefhebbers die daar uit ervaring over mee kan praten is de 73 jarige Jan Hopman uit Noordbergum.

Jan is in de jaren 60 als 13 jarige jongen met de duivensport gestart in Amsterdam op een zogenaamde Amsterdamse duivenkast boven op het dak van het ouderlijk huis. Later verhuisden ze naar Diemen en werd het iets serieuzer aangepakt. In die tijd werden op de fond al mooie prestaties behaald in de toenmalige Fondclub Amsterdam. Maar na zijn verhuizing naar het Friese Noordbergum eind jaren zeventig begon het pas echt goed en werd in vier jaar tijd 2x het 1e en 2x het 2e keizer generale kampioenschap van de afdeling Friesland behaald. Hierna werd verhuisd naar het zuiden van het land en trad Jan in dienst als hokverzorger bij de beroemde grootmeester Jacques Tournier en zijn zoon Edmond in het Belgische Lommel. Eind jaren tachtig keerde Jan weer terug naar Friesland en werden al snel weer nieuwe successen aan de grote reeks toegevoegd. Wel met grotendeels andere duiven dan in de beginjaren tachtig. Zijn kampioenencollectie die eerder bestond uit Aardens via Spekenbrink en Ko Nipius en de Tourniers via o.a. Ronner en van Mechelen, was halverwege de jaren tachtig in zijn geheel naar Taiwan verkocht. Bij zijn herstart eind jaren tachtig waren het vooral de Janssenduiven van verschillende liefhebbers, aangevuld met weer een paar duiven van Tournier en een zeer goede duif van Tonnie van Dam, die hem terug aan de top brachten.

Tijdens de afgelopen 40 jaar werden er honderden kampioenschappen behaald en altijd werd er streng geselecteerd. Toen ik recent samen met Jan en zijn en zijn huidige steun en toeverlaat André Bijlstra de kolonie door de handen nam, was ik dan ook zeer verrast over de grote kwaliteit van zijn duiven. Het was mij al snel duidelijk dat er zeer streng wordt geselecteerd en zelden heb ik zoveel zeer hoge waarderingen uitgedeeld op één hok. En duiven die zeer goed hebben gepresteerd blijven ook op het hok. Jan heeft te veel goed presterende hokken gezien die hun beste duiven verkochten, soms al direct na het winnen van een topprestatie. “Dat gebeurt hier niet. Zo gemakkelijk kweek je geen toppers en wat je elders haalt is heel dikwijls slechter dan wat je zelf kweekt. Het gras lijkt vaak groener bij de buren maar dat is toch lang niet altijd zo. Er worden veel te vaak probeersels op de kweek gezet. Ik zet liever mijn bewezen goede duiven op het kweekhok dan een onbewezen duif met een klinkende stamkaart. Hier komen geen statiegeld duiven op het hok!! Het is net als wat Wim Buwalda in jouw column zei, dat hij het geluk had gehad dat hem goede duiven gegund waren. Zo is dat, ze moeten je worden gegund! Toen ik jaren geleden 12 duiven mocht ophalen bij Eijerkamp zei ik tegen Henk Jurriens dat ik er maar vier hoefde, maar dan alleen uit bewezen goede duiven. En zowaar kreeg ik die. Ik ben met die vier duiven echt zeer goed geholpen door Eijerkamp. Menig ander had gewoon die 12 duiven genomen die je kon uitzoeken. Maar niet het vele is goed maar het goede is veel. Met probeersels is de weg naar succes veel te lang.”

Jan heeft in zijn 60 jarige duivenloopbaan misschien wel enkele duizenden duivenliefhebbers ontmoet, waaronder diverse grote namen. Ik vroeg hem welke bezoeken / contacten hem het meest zijn bijgebleven. “Ik bewaar aan vele liefhebbers goede herinneringen. Zo heb ik mijn bezoeken in de jaren tachtig aan Cornelis Koopman en zoon Gerard als zeer waardevol ervaren. Van hen heb ik nuttige adviezen over het voeren, koppelen en spelen gehad. Ook van de onlangs overleden Tonnie van Dam en Dick Verwey heb ik heel wat opgestoken. En mijn tijd als hokverzorger bij Jacq en Edmond Tournier was uiteraard ook heel leerzaam. En ten aanzien van de beoordeling van een duif heb ik heel veel geleerd van wijlen Cees Hulskamp en vooral van Jan van Hout uit Bergeijk. Deze herkende zelfs een goede duif in het donker. Van hem heb ik het goede gevoel geleerd, het intuïtief aanvoelen wat de kwaliteit van een duif is, het zogenaamde fingerspitzengefühl.”

Tussen 2010 en 2015 heeft Jan zich niet volledig voor de duivensport kunnen inzetten. Jan heeft een ernstige vorm van reuma en moest jarenlang 1x per maand naar het ziekenhuis waar hem via een infuus zware medicatie werd toegediend. Ook nu nog slikt Jan medicatie die af en toe voor flinke bijwerkingen zorgt. Op zulke dagen is het verzorgen van de duiven voor hem een te zware belasting. Toen in 2015 André Bijlstra hem kwam helpen was hij dan ook een gelukkig man. “Dat is het beste wat mij overkomen is op duivengebied. Zonder André zou ik niet op dit niveau meer kunnen vliegen. Wil je op kampioensniveau spelen moet je er veel aan doen en ook met slechte dagen moet je er zijn en dat valt niet mee als je gezondheid je in de steek laat. Maar nu is André er die op slechte dagen bij springt. Verder doet hij de administratie, korft in en lapt de duiven. Eigenlijk alles wat voor mij te zwaar is, haalt hij me uit handen. Ik ben hem hier heel dankbaar voor! Dankzij André zijn we afgelopen jaar 1e generaal geworden in de sterke club met landelijke bekende spelers als Atema en Soepboer.”

Het onderwerp van deze column is zoals gezegd selecteren. Ik vroeg Jan naar zijn ideeën over selecteren. Jan; “Ik heb altijd zeer streng geselecteerd. Dit is absoluut noodzakelijk, anders kom je er niet. Zelf ben ik misschien wel eens te streng geweest en heb nog wel eens een in potentie goede duif opgeruimd. Ik selecteer op twee zaken heel streng en dat zijn de gezondheid en de prestaties. Wat de bouw betreft is de standaard waarop door de keurmeesters van de GvK in de wintermaanden wordt gekeurd, beslist niet zalig makend. Dit is op zijn hoogst een indicatie hoe het er voor staat qua lichaamsbouw en gezondheid, maar zegt verder niet veel over de vliegkwaliteiten.” Dat Jan zeer streng selecteert had ik jaren geleden al gelezen in reportages die over hem geschreven zijn. Zo las ik dat hij zijn duivinnen destijds zomer en winter als ze niet vlogen (alleen op de navlucht) of kweekten, in een geheel open ren hield, zonder dak. Zelfs als er sneeuw en ijs lag. Ik vroeg Jan hoe dat precies zat. Jan; “Ik deed altijd aan winterkweek en koppelde op 28 november. Dus tot die datum zaten de duivinnen buiten in de ren. Vervolgens gingen ze er weer in terug als de jongen 14 dagen groot waren. En dan zaten ze in de ren tot kort voordat de navlucht begon. Ik speelde destijds alleen met de doffers. De duiven waren altijd gezond en het had bovendien een gunstige invloed op het verenkleed. Ze wapenen zich als het ware tegen de kou. En alles wat er niet tegen kon ging er uit.” Dat geldt ook voor de doffers. Zijn doffers moeten het grootbrengen van twee jongen moeiteloos doen, zo niet vliegen ze er uit. Ook dit is bij Jan een vorm van selectie.

Jan is dus voorstander van een Spartaanse verzorging en duiven die niet tegen dat regime kunnen, daar is bij hem geen plaats voor. Hoe denkt hij over medische begeleiding en voedingssupplementen? Allereerst krijgen zieke duiven geen medicatie maar worden opgeruimd. Een grote fout die nogal wat liefhebbers maken is dat ze een heel hok duiven gaan kuren voor één of een enkele zieke duif. Dat zal hier nooit gebeuren. Ik laat voor het vliegseizoen wel de mest altijd controleren door Dr. Mariën. Alleen als hij medicatie voorschrijft worden de duiven gekuurd, dus hier nooit blinde kuren, ook niet tegen het geel of ornithose. Een goede gezondheid behoud ik het liefst via de natuurlijke weg. Mijn vrouw maakt zelf een eigen kruidenmengsel gebaseerd op de fles van Gust. Hierin zitten 40 ingrediënten waarvan ik sommige in België moet halen. 10 dagen voor het vliegseizoen begint krijgen ze dit te drinken. En midden in de week na een slechte vlucht geef ik dat ook een dag.”

De duiven moeten het bij Jan dus vooral doen op goede voeding en een goed grit en mineralenmengsel. En als bijproducten worden de mineralen en het conditiepoeder van Mariën verstrekt. In de winter soms wat gesneden Spitskool. Jan voert ’s morgens en ’s middags volle bak, wat betekent dat ze zoveel mogen eten als ze lusten, maar na een kwartiertje haalt hij de voerbak weg. Bij de vluchten tot 300 km wordt in de gezamenlijke voerbak gevoerd, daarna worden de doffers in potjes gevoerd in de broedbak. De duivinnen worden alleen maar in de voerbak gevoerd. Met duivinnen moet je overigens wel opletten dat ze niet teveel eten, zegt Jan.

Tot slot nog even terug naar de selectie aan de hand van een paar vragen.

Selecteren op lichaamsbouw en andere uiterlijke kenmerken daar sta je enigszins sceptisch tegenover vanwege eerdere negatieve ervaringen. Toch heb je mij uitgenodigd om de duiven te beoordelen. Waarom?

Ik sta altijd open om wat van een ander te leren. Jij krijgt jaarlijks duizenden duiven in je handen en ziet misschien dingen waar ik niet op let. Sowieso weten twee altijd meer dan één.

De mand selecteert streng, dus ben ik er een voorstander van om de duiven goed aan de tand te voelen. Meteen al in het geboortejaar. Ben jij het hier mee eens?

Absoluut. Hier ben ik het volledig mee eens.

Ik kom nogal wat duiven tegen die op afstamming zijn gekocht en op het kweekhok zitten terwijl ze flinke fouten hebben als een zwak karkas, kale ogen, een minimum aan spieren, etc. Doorgaans worden hier veel jongen van verspeeld. Ik wijt dat aan een verkeerd aankoopbeleid. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Ik zou dat helemaal niet doen. De meeste duiven op mijn kweekhok zijn bewezen vliegers en/of kwekers. Een enkele keer probeer ik wel eens wat met jongen uit hele goede duiven van iemand anders. De jongen hieruit worden flink aan de tand gevoeld en wanneer ze niet voldoen dan gaan ze er uit met de ouders erbij.

Mari Broeren gaf in één van de vorige columns aan dat er veel liefhebbers zijn die van zichzelf wel weten dat ze wel wat hulp kunnen gebruiken bij het selecteren maar het niet aandurven om er iemand bij te halen. Denk jij ook dat dit zo is? Hoe zou dat komen?

In de duivensport lopen diverse mensen rond die vooral uit zijn op eigen gewin. Niet iedereen is immers te vertrouwen. Het wantrouwen is hier en daar dus best groot.

Selecteren de meeste liefhebbers niet streng genoeg?

Dat is absoluut zo. Velen blijven vertrouwen houden in duiven die dat vertrouwen niet waard zijn. Ze blijven vertrouwen in hun duiven houden ook al vliegen ze nauwelijks prijs en als de duiven missen dan ligt het nog niet aan de duiven maar wordt het overal in gezocht. In plaats van dat ze op zoek gaan naar betere duiven, zoeken ze naar geheimen. Wat dat betreft ben ik het met André Roodhooft eens die ooit schreef dat selecteren het grootste geheim in de duivensport is. Teveel mensen zoeken het echter in pilletjes, drankjes, eventueel injecties. Deze mensen denken vanuit een andere belevingswereld. Ze zijn niet echt met duiven bezig met het idee van wat hebben mijn duiven nodig, maar wat kan ik ze geven zodat ze harder gaan vliegen. Dus luisteren ze naar de grootste onzin. De goedgelovigheid van veel liefhebbers is onvoorstelbaar!



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

Please paste a VALID AdSense code in AdSense Elite Module options before activating it.

SPONSOREN

 

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Einde bijzonder jaar in lockdown - ...

Hallo beste lezers, Voor dit keer eens geen duivennieuws. Vandaag is het 20 december en gaan we langzaamaan ...

Evelien's Journaal

Het is herfst.. - Evelien's journaal -

. De regen valt rijkelijk, alles is nat en smerig, kortom het is echt herfst buiten. De dagen worden langer dus ook ...

Evelien's Journaal

Ruitijd en meer - John Logemann -

De ruitijd hier op het hok, maar ook bij de vliegers op de hokken bij Wim, verloopt geleidelijker dan bij de ...

John Logemann

COLUMNS

Lezenswaardig - Ad Schaerlaeckens -

Afgelopen weekend twee reportages gelezen zonder al dat opvoeren, belichten, lekkere koffie, sympathieke melker, ...

Ad Schaerlaeckens

Schema voor de kweek - Willem Mulder -

  In deze tijd liggen er bij de meeste liefhebbers al wel eieren of misschien wel al jonge duifjes in het ...

Willem Mulder

Aktueel - Ad Schaerlaeckens -

  ‘Ik wil u laten weten dat ik zeer vereerd ben om genoemd te worden in u column. Dit geeft me zeker een ...

Ad Schaerlaeckens

STEL JEZELF VOOR

Francois Moors - Melsele

Stelt ..  

Stel jezelf voor

Hennie Beumer

Stelt....

Stel jezelf voor

Aurelio padovano uit Breukelen - Stelt ...

Stel jezelf voor

W. Vink en Zoon - Stellen zichzelf voor

Stel jezelf voor