Sinds ik mijn laatste column over stambomen en het mijn inziens verkeerde aankoopbeleid van (te) veel duivenliefhebbers schreef, zijn er al weer acht jaar verstreken. Gedurende die acht jaar heb ik weer honderden duiven in handen gehad die voor veel te veel geld aangeschaft zijn/waren. Maar ook zag ik weer vele voorbeelden van goede tot zeer goede spelers met een goed hok duiven die nauwelijks een fatsoenlijke prijs voor hun (jonge) duiven kunnen krijgen.

 

 Zo heb ik kort geleden de duiven van St Vincent en Sens opgewacht bij Coen Brugman in Luttelgeest. De duiven van Coen ken ik grotendeels omdat ik door Coen een paar keer ben gevraagd om zijn duiven te beoordelen. Dat hier een goed hok duiven zit is mij dan ook bekend en ik heb er regelmatig mensen op gewezen dat ze bij Coen voor een heel redelijke prijs aan goed materiaal kunnen komen. Toen Gert Jan Hendriks van de verkoopsite Pigeoncom.com mij vorig jaar vroeg wat mijn mening was over de kolonie van Coen, heb ik hem aangegeven dat het mooi zou zijn als Coen via hun site wat duiven zou kunnen verkopen en dat ik er van overtuigd was dat hier voor een liefhebber met een niet al te gevulde beurs een mogelijkheid lag om aan topkwaliteit te komen. Dit voor zowel de dagfond als de overnacht. En zo kreeg Coen via Pigeoncom.com de gelegenheid om een select ploegje uit zijn beste duiven te veilen. En helaas voor Coen en de gebroeders Hendriks was deze veiling geen succes. Het startbedrag van 100 euro werd voor sommige van zijn duiven niet eens betaald! Dat de potentiële kopers hier een kans voorbij hebben laten gaan bleek die zaterdag wel toen ik bij Coen aan het letten was. Op St Vincent maakte Coen een prachtige uitslag met de 4e en 9e NPO St Vincent en 7 van de 8 in de punten. Een uitslag waarmee hij als 2e eindigde bij de Grootmeesters in het Spoor. En ook op Sens maakte hij een uitslag waar velen jaloers op zouden zijn. En Coen is lang niet de enige topspeler voor wiens duiven nauwelijks belangstelling is. Ook een fenomenale grote fondspeler als Jan Broersma uit Roodeschool die op één van de verste afstanden in Nederland, met bijvoorbeeld een afstand van 1236 kilometer op St Vincent, duiven klokt, als menigeen in het midden van het land nog op zijn eerste duif staat te wachten, heeft nauwelijks vraag naar zijn duiven. Ook hij zat op deze St Vincent 1e van afdeling 10 en laat daarmee bijvoorbeeld grote namen als Gerard Koopman achter zich. Ook Jan draait net als Coen een hoog prijspercentage met 6 van de 7 in de punten.

Met bovenstaande inleiding wil ik aantonen dat goede duiven nog steeds betaalbaar zijn en dat je daarvoor echt niet naar de commerciële hokken hoeft toe te gaan. Ik sprak hier vorige week over met een liefhebber die ook goed aan de weg timmert op de overnacht en bij wie eveneens geen rijen kopers aan de deur staan. Het betreft de 53 jarige Richard de Vegt uit Haule. Richard speelt sinds 2009 weer met postduiven na een lange periode zonder duiven, nadat hij in de jaren 80 een periode als jeugdlid in Roden heeft meegespeeld. En dat doet hij zoals gezegd niet onverdienstelijk. Terwijl ik deze column schreef werd nationaal Périgueux vervlogen en won Richard hierop de 2e in sector 4. En dat is beslist niet zijn enige wapenfeit. Een paar weken geleden stond hij bij de grootmeesters in het Spoor met zijn uitslag van Limoges. Vorig jaar was hij zelfs 2 maal 1e grootmeester van de vluchten Limoges en Périgueux. Zijn mooiste herinnering bewaart Richard aan Orange van een paar jaar geleden; “Ik won toen de 8e NPO.  De duiven hadden in het begin van het traject te maken gehad met een Mistral wind. Toen mijn duif op de klep landde was dit voor mij een kippenvel moment. Geweldig dat die duif onder zulke omstandigheden vroeg thuis kon komen.” 

Uit het bovenstaande blijkt wel dat er bij Richard een mooie ploeg vlieg- en kweekduiven moet zitten. Ik vroeg hem hoe hij te werk is gegaan en wat zijn aankoopbeleid is. Richard; “In Bakkeveen had ik al enkele fondduiven via bonnen aangeschaft maar ik speelde toen voornamelijk programmavluchten en slechts een enkele marathonvlucht. Na mijn verhuizing naar Haule heb ik een en ander wat serieuzer aangepakt en vanaf die tijd heb ik de focus geheel gelegd op de marathonvluchten. Toen clubgenoot Ewoud Valk stopte heb ik van hem duiven overgenomen uit o.a. zijn Toppertje-lijn en enkele Jellema duiven. Tegenwoordig schaf ik elk jaar enkele duiven aan. Deze moeten bij voorkeur bloedlijnen voeren van Jellema/Beerda duiven. Maar dit mogen gerust kruisingen zijn met duiven van andere stammen. Zo heb ik de 12e NPO Bergerac gekweekt uit Jellema x Pepping. Met dergelijke kruisingen zijn meerdere liefhebbers succesvol (o.a. Jaap Mazee). Natuurlijk zijn er veel meer goede duivenstammen maar ieder heeft zo zijn voorkeuren. Het is eigenlijk net als bij het uitkiezen van een automerk. Belangrijk voor mij is wat de ouders gepresteerd hebben. Hebben deze goede resultaten behaald op de vluchten en/of goede kweekduiven gegeven dan is de aanschaf het overwegen waard.”

Richard geeft aan gericht te werken aan het opbouwen van een eigen stammetje. Zoals gezegd is de basis Beerda/Jellema en hij voegt daar een scheutje room bij zoals Antoon van der Wegen dit ooit zo formuleerde. Overigens is dat dezelfde methode als die Jelle Jellema zelf ook al jaren hanteert. Hij schaft zoals gezegd jaarlijks enkele duiven aan en zoekt dan heel bewust naar duiven die iets toevoegen. “Elk jaar kijk ik naar de resultaten van mijn kweekduiven. Sommige duiven geven met meerdere partners bruikbaar vliegmateriaal. Dit zijn de duiven die sowieso blijven. Echter dit soort goede kwekers zijn schaars. Als een kweekduif geen of onvoldoende goede vliegers oplevert dan ga ik hier voor gericht opzoek naar vervanging. Ik probeer aanvulling te zoeken op de aanwezige Jellema duiven. Daarom zoek ik gericht naar goed presterende duiven met deze bloedlijnen. Een mooi voorbeeld is een kleinkind uit de Saffier van Jellema. De Saffier stond toen gekoppeld aan de Kuif (Van Dommelen). Een afstammeling heeft in 2019 een 2e int. Pau gevlogen bij Marco Vonk. Bij mij vliegt een afstammeling uit deze lijnen als jaarling een 47e NPO Limoges.”

Bij de aanschaf van versterking is de stamboom voor Richard dus een belangrijk hulpmiddel. Ik vroeg hem waar hij dan vooral naar kijkt. “Ik let er op dat de familieband niet te groot is met de duiven die ik zelf al heb. Jellema/Beerda duiven zijn al sterk in elkaar verweven. Daarnaast moeten er beslist goed presterende ouders en liefst ook bewezen grootouders op de stamkaart staan. Voor mij is een stamboom een soort specificatie, wat voor vlees heb ik in de kuip. Natuurlijk moet het er tijdens de vluchten wel uitkomen. Ik heb ook wel duiven zonder uitgebreide stamboom informatie en die duiven zijn mij niet minder waard als ze zelf goed presteren. Je ziet nogal wat jonge duiven op veilingen aangeboden worden die erg nauw zijn ingeteeld. Heel dikwijls is dat gebeurd met duiven die zelf niets hebben laten zien. Dus voor mij zijn dat geen interessante duiven. Want ik ben van mening dat je alleen inteelt doet met de absolute topduiven, de witte raven zeg maar, en die zijn schaars. Bij verkopingen kijk ik enkel en alleen naar de directe kweek-/vliegprestaties van de duif zelf, diens ouders en grootouders. Uiteindelijk zal de opbrengst beter zijn als er goede duiven als ouders en voorouders in de stamboom zitten. Maar zeker niet elke duif is bruikbaar in de kweek. Bij mij komen de beste vliegers overigens uit kruisingen.”

Zoals ik in mijn inleiding al benoemde lijkt het er op dat kopers van duiven zich vooral laten leiden door de stamkaart en dan vooral naar grote namen op een stamkaart. Ik ken liefhebbers die kijken alleen of het een zogenaamd zuivere (vul maar een commerciële naam in) is. Uitslagen bestuderen doen deze liefhebbers niet of nauwelijks. Hoe kijkt Richard tegen dit fenomeen aan? “Ik zie dit verschijnsel ook meer en meer. Als er ergens op de stamboom maar een of enkele grote namen staan wordt er gelijk grof geld gevraagd. Ouders, vaak ook grootouders hebben nooit in de mand gezeten. Op de kermis heb je meer plezier van je geld. Ik begrijp overigens best dat voor een rechtstreekse afstammeling van een topduif soms flink in de buidel moet worden getast. Wellicht is dat ook de tijdsgeest. Maar dat is ook altijd al zo geweest. Vroeger werd vooral in België ook voor kapitalen aan (jonge) duiven uitgegeven. Nu mensen gemiddeld ook meer geld te besteden hebben dan pakweg 50 jaar geleden, kunnen ze zich zo’n aanschaf gemakkelijker permitteren.” Maar je kunt je toch heel wat miskopen besparen wanneer je in plaats van je blind te staren op zo’n mooie naam op een stamkaart, wat tijd zou steken in het bestuderen van uitslagen? “Dat is helemaal waar. Ik bestudeer elke week de uitslagen zonder daar nachtwerk van te maken. Ik kijk altijd wel even wat de prijspercentages zijn, hoeveel prijzen er bij de 1ste 100 zijn behaald en als ik er echt voor ga zitten kijk ik ook naar het aantal 1 op 10 en eventueel naar de verhouding oud/jaarling.”

Op veel stambomen worden de prestaties van ouders, grootouders en zelfs overgrootouders gekopieerd naar de aangeboden duif. Dat betekent uiteraard dat je de prestaties op stambomen zeer kritisch moet bekijken. Ik heb ervaren dat heel veel liefhebbers dat helaas niet doen. Het gebeurt niet zelden dat ik in de wintermaanden tijdens mijn selectiebezoeken er liefhebbers op moet wijzen dat de presterende duiven drie generaties terug in de stamboom zitten. Ik vroeg Richard hoe hij hier tegenaan kijkt. “Veel stambomen zijn inderdaad een beetje overdreven opgezet. Daar moet je wel doorheen kunnen prikken. En dat is niet iedereen gegeven. Het is nu eenmaal zo dat veel liefhebbers denken alleen direct bij de bron of met een grote naam te kunnen slagen. Daarnaast zijn veilingsites een laagdrempelig medium en werkt de marketingcampagne van veilingsites ook effectief. Dat is mijn inziens ook de reden dat vele al jaren goed spelende liefhebbers bij het grote publiek die geen uitslagen lezen onbekend zijn. En onbekend maakt onbemind, dus hiermee is de vraag beantwoord waarom zulke liefhebbers nauwelijks geld voor hun jonge duiven kunnen vragen.”

Tot slot nog enkele vragen:

Een groot nadeel van het duiven kopen via internetveilingen is dat je de duiven niet in de hand kunt beoordelen. Nu zijn er bij veel veilingsites keuringsrapporten. Kijk je daar naar als je een duif wilt aanschaffen?

Die neem ik zeker mee, het is weer een extra hulpmiddel. Met deze duiven wil je je stam versterken dus in ieder geval (sterk) gesloten stuitbeentjes, evenwichtige duif, zachte pluim en bij voorkeur ook extra spieren.

Hoe belangrijk is voor jou keuren in de hand dus de uiterlijk waarneembare eigenschappen? Of is voor jou alleen de mand bepalend bij de selectie?

Bij selectie van de vliegduiven is de mand in 1ste instantie bepalend. Bij twijfel kijk ik nog naar de resultaten van directe familie, vluchtomstandigheden, eerdere prestatie maar ook naar pluim, makkelijk trainen (soms lastig bij nestduivinnen).

Let je bij het koppelen ook op de uiterlijk waarneembare eigenschappen als kleuren van ogen, pigmentatie, lengte en volume van de spieren, lichaamsbouw? Zo ja wat is dan bepalend bij de keuze voor een partner?

Het enige wat ik op dit vlak doe is het compenseren van de grootte van een duif; een grotere met een kleinere. Ik heb mooie duiven gekweekt, strak en glimmend. Maar zodra het er op aankwam heb ik ze nooit meer gezien. Het is veelal een kwestie van geluk hebben en dat kun je een beetje sturen door voor al goede met goede te koppelen. Beide liefst uit 2 ingeteelde stammen.

Het mag duidelijk zijn dat ik met het antwoord op de laatste vraag van mening met Richard verschil, maar dat zijn aanpak van goed x goed vruchten afwerpt en dat het met zijn aankoopbeleid wel goed zit blijkt wel uit zijn prestaties. Afgelopen zaterdag greep hij net naast de nationale overwinning, maar het zal mij niet verbazen als hij die de komende periode alsnog binnenhaalt.

 

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

Please paste a VALID AdSense code in AdSense Elite Module options before activating it.

SPONSOREN

 

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Succesvol - John Logemann -

Het seizoen 2020 zit er bijna op, we spelen de jongen nog even door, de nationale jonge duiven klassieker moet nog ...

John Logemann

Roerige weken in huize Dijk - Evelien´s ...

  Het is inmiddels al een paar weken geleden dat ik mijn laatste journaal schreef. Reden hiervan was dat ...

Evelien's Journaal

'Trainingsvlucht NIERGNIES (Fr)' - ...

  'Duidelijkheid kwam alsnog...' We hebben inmiddels de 2e 'africhting' achter de rug. ...

Evelien's Journaal

COLUMNS

Update 19 september - Ad Schaerlaeckens ...

Marco Toering Deventer haalde hier verleden jaar enkele eitjes. En, zo kan je lezen in het Spoor, dat gaf de ...

Ad Schaerlaeckens

Egbert Pleijter - Doornspijk / ...

  Vorig jaar schreef ik mijn eerste column over postduivenvervoer. In deze column stond Henk Slot centraal, ...

Nico van Veen

Update 6 september - Ad Schaerleackens -

In de provincie Antwerpen krijgen de duivenliefhebbers het de laatste 2 weken wel voor de kiezen. Na een dramatisch ...

Ad Schaerlaeckens

STEL JEZELF VOOR

Francois Moors - Melsele

Stelt ..  

Stel jezelf voor

Hennie Beumer

Stelt....

Stel jezelf voor

Aurelio padovano uit Breukelen - Stelt ...

Stel jezelf voor

W. Vink en Zoon - Stellen zichzelf voor

Stel jezelf voor