Ruim 5 jaar geleden schreef ik mijn vorige column over dit onderwerp. Inmiddels is dit onderwerp actueler dan ooit en wordt er op Facebook, duivenforums, allerlei websites en in de duivensportbladen in termen van ongerustheid over het voortbestaan van de duivensport geschreven. Zelf schreef ik destijds dat er voor bij de duivensport betrokken mensen dikwijls geen plek is om dagelijks even binnen te lopen en over duiven te praten. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat wanneer zulke plekken er wel zouden zijn, de terugloop in leden zal afnemen en ook dat er zich verschillende herstarters zullen melden. Ik zie dan een multifunctioneel duivensportcentrum voor me waar niet alleen kan worden ingekorfd voor wedvluchten en doordeweekse trainingen, maar waar ook voer en duivensportartikelen worden verkocht, een centraal hok aan is gekoppeld waar dag en nacht duiven kunnen worden afgegeven (ook door particulieren) en slachtduiven kunnen worden gebracht. Verder zou er een duivenhok boven kunnen worden geplaatst waar liefhebbers die thuis geen duiven kunnen houden (eventueel in combinatie) vanaf kunnen spelen. Daarnaast fungeert zo’n duivensportcentrum als ontmoetingsplaats waar een ieder welkom is en diverse activiteiten kunnen worden georganiseerd.

Op deze manier kun je ouderen bereiken voor wie de duivensport meer zin aan het bestaan kan geven. Zo’n duivensportcentrum is dan een plek om nieuwe vriendschappen op te bouwen en te onderhouden, tevens een vorm van tijdsbesteding (voorkomen van verveling) door de zorg aan de daar aanwezige duiven en het helpen met de bezigheden aldaar.

De afgelopen jaren heb ik met honderden mensen over het bovenstaande gesproken. Ik sprak er maar weinig die er op tegen zouden zijn als dergelijke duivensportcentra op termijn de plaats van de vereniging in zouden nemen. Een van de liefhebbers waarmee ik recent over dit onderwerp sprak is de 51 jarige Gert Jan Hendriks uit Zuiderwoude die samen met zijn broer Jeroen behoort tot de bekendere marathonspelers van Noord Holland. Gert Jan heeft een nuchtere kijk op de duivensport. De afgelopen jaren heeft de duivenliefhebber die de duivengroepen op Facebook een beetje volgt, regelmatig relativerende opmerkingen van zijn hand kunnen lezen bij discussies die een negatieve richting uit leken te gaan. Mede om die reden bracht ik hem afgelopen zomer een bezoek en vroeg ik hem om medewerking aan deze column. Gert Jan zit vanaf zijn 12e jaar in de postduiven. Hij vliegt sinds 1980 met zijn broer Jeroen in combinatie. Gert Jan en Jeroen zijn op jonge leeftijd in aanraking gekomen met de duiven. In 1980 begonnen ze met sierduiven en andere siervogels, daarna zijn ze door een opgevangen postduif met postduiven begonnen achter het ouderlijk huis in Halfweg. Ze zijn in 1988 begonnen om zich op de grote fond toe te gaan leggen en hebben zich sinds 2009 gespecialiseerd op de ZLU vluchten. Zowel op de middaglossing in de jaren negentig als op de ZLU zijn door hen mooie prestaties neergezet zoals het 2e kampioenschap middaglossing Marathon Noord, 2e nat. Perpignan duivinnen, 3e nat. Barcelona duivinnen, 4e nat. Barcelona, 4e nat. Perpignan, 5e nat. Perpignan duivinnen, 6e Nationaal Bordeaux, 7e nat. Dax, 8e nat. Bergerac en 9e nat Bordeaux.

De hedendaagse duivenmelker kun je mijn inziens ruwweg in drie categorieën verdelen, te weten; a. de traditionele liefhebber die tevreden is met het verzorgen van zijn duiven en blij is met een mooie uitslag of vroege duif, b. de fanatieke duivensporter die altijd met zijn duiven bezig is, die er heel veel voor over heeft om eind van het jaar ergens op een podium te staan en c. de commerciële vaak grote liefhebbers die menig concours oprollen. Gert Jan desgevraagd in welke categorie zijn broer Jeroen en hij zichzelf zouden plaatsen;

“We zijn als liefhebber lastig in een hokje te stoppen, maar passen gedeeltelijk in categorie twee. Sowieso zijn we geen slaaf van onze duiven. Vandaar ook dat we ons richten op een paar vluchten per jaar. Een maand of 4 verzorgen we onze duiven optimaal en twee maandjes in de zomer gaat het gas erop. Onze motivatie en verzorging is dus erg seizoensgebonden. Maar als we meedoen, gaan we voor de eerste. Daarmee bedoel ik dan een eerste nationaal. En we doen er dan alles aan om dat doel te bereiken. Als we inkorven, willen we winnen en ons doel is dus om die 1e prijs te winnen! Maar...net zo belangrijk is de kunst (en daar zijn Jeroen en ik heel goed in) om meteen te kunnen schakelen en relativeren als blijkt dat dat er op die bewuste dag door bv de weersomstandigheden geen kans is op een topnotering. Het gaat niet ten koste van ons grote plezier in het spelletje. We winnen graag, maar verliezen hoort erbij. Vandaar ook dat je me NOOIT zult horen mekkeren over grote hokken, massaspelers, windrichting, gunstige ligging, enz., want al dat “gepiep” is negatieve energie! Het is all in the game! Maar buiten die vier maanden van extra inzet is het regelmatig een blikje voer erin, kijken of er nog water in de drinkpotten zit en de spoetnik los. Wel maken we ook dan iedere (!) dag een rondje langs de duiven en houden we een vinger aan de pols. En altijd even een praatje met ze maken en met een fijn gevoel de lievelingsduiven bekijken of even vastpakken.”

Dus 8 maanden van het jaar heeft Gert-Jan veel gemeen met de mensen voor wie het contact met hun duiven het allerbelangrijkste is. De afgelopen periode heb ik heel wat van deze liefhebbers gesproken. Zij gaven aan dat ze het goede gevoel dat de omgang met hun duiven geeft, niet graag zouden missen. Deze liefhebbers maakte het niet zoveel uit welke kant het met de duivensport uit gaat. Het dagelijks contact met hun duiven, dat is waarom ze duiven hebben en daarnaast het contact met hun duivenvrienden. Dit zijn de duivenliefhebbers die de duivensport beleven zoals Albert Jan de Jong, de voormalig voorzitter van de NPO in de vorige column bedoelde. Hij gaf aan dat duivensport structuur in de dag kan brengen, zorgt voor sociaal contact en zodoende een probaat middel tegen eenzaamheid kan zijn. Ik vroeg Gert Jan hoe hij dit ziet.

“Is herkenbaar, maar bij ons staat de sport/het presteren voorop. Als we niet zouden vliegen denk ik niet dat we postduiven zouden hebben. Dan zouden een paar koppeltjes Duitse Meeuwtjes ook voor enorm veel afleiding en plezier kunnen zorgen. De fascinatie van het vliegen dat is machtig mooi en voor Jeroen en mij de motor van de duivensport. Daar zetten we ‘s zomers veel (niet alles hoor!) voor opzij gedurende die paar maanden. Daarom moet het voor ons ook niet langer duren dan die paar maandjes, anders zou het presteren ten koste gaan van (te) veel andere dingen, zoals de aandacht voor vrouw en kinderen bijvoorbeeld. Liefhebbers die het niet veel uitmaakt waar het met onze sport naartoe gaat begrijp ik echter niet. Ik zelf zou het doodzonde vinden als de duivensport niet meer zou bestaan! Maar ik herken zoals gezegd wel het goede gevoel dat het contact met de duiven je geven kan. En ook het sociale contact, het met duivenvrienden over duiven lullen. Heerlijk! Ik ken uiteraard ook de verhalen van gepensioneerde liefhebbers die soms meerdere keren per week een bakkie gaan drinken bij een clubgenoot. Bij sommigen zit op bepaalde dagen in de week de hele keuken vol met duivenliefhebbers. Maar daar ben ik nog te jong voor. Met mijn 51 jaar ben ik nog een jonkie in de duivensport.”

Aansluitend op het bovenstaande vroeg ik Gert Jan op welke doelgroep de duivensport zich zou moeten richten voor nieuwe aanwas. Je hoort nu nog regelmatig roepen dat de jeugd de toekomst heeft en dat de NPO zich hierop moet richten. Zelf heb ik hier mijn twijfels over en Gert Jan is het hierover met mij eens.

“We moeten ons richten op de 60 plussers. Die hebben voldoende tijd. Als het meezit ook voldoende geld en een huis met een tuintje. De kinderen de deur uit, enz. Wat maakt het uit dat het een grijze hobby is? Niets! De meeste kinderen hebben vanaf hun 14e geen zin in duiven (meer). Dus als er een keer een verdwaalde jongen of meisje bij een duivenclub binnenloopt is dat mooi meegenomen, maar het is en blijft een uitzondering. De grote vraag is dus; “Hoe bereiken we die 60 plussers?”. En hoe maken we de duivensport aantrekkelijk voor deze mensen die niets van duiven weten en vaak nog geen duif kunnen vasthouden? Ik heb het dus niet over herintreders. Die vinden hun weg wel als ze dat willen.”

En met deze vraag van Gert Jan zijn we weer terug bij het begin van mijn column waarin ik aangaf er rotsvast van overtuigd dat wanneer er op centrale goed bereikbare plaatsen multifunctionele duivensportcentra zouden zijn, de terugloop in leden een halt zou kunnen worden toegeroepen. Natuurlijk niet alleen hierdoor, maar de traditionele verenigingen hebben hun langste tijd gehad. Er moet nagedacht worden over hoe het nu verder moet, zeker nu steeds meer kleine verenigingen met opheffing worden bedreigd.

Over het bovenstaande doorpratend met Gert Jan;

“Zo’n soort buurthuisfunctie voor oudere liefhebbers c.q. amateurs lijkt me zeker wel wat. Ondersteuning bij en van elkaar. Sociaal lekker in beweging blijven. Te combineren met de verkoop van duivenbenodigdheden (ondernemers in die branche krijgen het ook steeds lastiger). Kaartje leggen, bakkie koffie erbij, niet-liefhebbers kunnen ook binnenlopen. Daar kunnen liefhebbers in kleinere kring op 100-300 km vluchtjes met oude en jongen blijven concoursen zonder overheersing van enkele profs en semi-profs. Ook kunnen van daaruit de trainingsvluchten voor de marathonspelers worden georganiseerd. De toppers kunnen op een ander niveau de degens met elkaar kruisen. Ik ben voorstander van twee Champions League disciplines. Eentje voor de 400-800 km c.q. dagfond en eentje voor de 800-1300 km c.q. marathon. Regionaal / Provinciaal inkorven in bijvoorbeeld enkele inkorfcentra per regio/provincie en alleen nationaal spel. Van allebei de disciplines ongeveer 8 vluchten. Ieder weekend een vlucht, twee maanden lang in juni en juli. Dan 6 van de 8 vluchten laten tellen voor kampioenschappen. Mensen met een gezin kunnen 2 weken op vakantie in de zomer. Geen inkorfbeperking in de Champions League. Op allebei de disciplines zou ook internationaal gevlogen kunnen worden. Zoals bijvoorbeeld bij de Noordelijke Unie (NU) al gebeurt. En voor de zuidelijke provincies de samenwerking met België voor de 600km races zoeken.”

Tot zover Gert-Jan Hendriks over zijn sportbeleving en visie op de toekomst. (enkele maanden na mijn bezoek, is Gert Jan gestart met de veilingsite Pigeoncom.com, https://www.pigeoncom.nl wat een groot succes lijkt te gaan worden.)

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

John Logemann - Prijsuitreikingen -

Prijsuitreikingen, ze zijn er weer genoeg in deze tijd van het jaar. Gisteren hebben we die van het NIC Holwerd weer ...

John Logemann

Evelien's Journaal - 'KWF en ...

Zaterdag 12 oktober was er weer de jaarlijkse HABRU duiven dag t.b.v. het KWF. Gero wilde er graag heen om daar ...

Evelien's Journaal

John Logemann - Wintertijd -

  Zondagochtend, het is buiten nogal grijs, in de verte hoor ik het geluid van de overtrekkende ganzen. Het ...

John Logemann

COLUMNS

John Logemann - Prijsuitreikingen -

Prijsuitreikingen, ze zijn er weer genoeg in deze tijd van het jaar. Gisteren hebben we die van het NIC Holwerd weer ...

John Logemann

Ad Schaerlaeckens - Heet van de naald -

146.400 € werd gisteren door (wie anders dan) een Chinees op tafel gelegd. Niet voor een heel hok ...

Ad Schaerlaeckens

John Logemann - Wintertijd -

  Zondagochtend, het is buiten nogal grijs, in de verte hoor ik het geluid van de overtrekkende ganzen. Het ...

John Logemann