De Gelderse Slenk zal de meeste (post)duivenliefhebbers weinig zeggen. Degenen die in de omgeving van Amsterdam, Lelystad of Almere wonen kennen de naam wellicht alleen van het gelijknamige natuurgebied met plassen en moeras nabij Zeewolde. Dat het ook de naam van een zeer oud Nederlands vliegduivenras is, is slechts bekend bij een klein percentage duivenliefhebbers die zich wat meer hebben verdiept in andere (vlieg)duivenrassen dan alleen in de postduif. Een erg grote rol heeft de Gelderse Slenk waarschijnlijk niet gehad bij de totstandkoming van de huidige postduif. Maar dat er vanuit zuidelijke plaatsen als Nijmegen, Zutphen en Arnhem exemplaren in België terecht gekomen zijn en daar gebruikt zijn als kruisingsmateriaal lijkt zeer waarschijnlijk. De Postduif zoals wij die heden ten dage kennen is begin van de 19e eeuw ontstaan uit kruisingen tussen diverse vliegduivenrassen. Vliegduivenrassen werden al in de 15e en 16e eeuw in ons land gehouden. Zo waren er aan het eind van de 17e eeuw in ons land en de omringende landen diverse duivenrassen die om hun bijzondere vliegeigenschappen werden gefokt. Sommige soorten hoogvliegers werden gehouden om hun eigenschap om zo lang mogelijk hoog in de lucht te kunnen blijven (het duurvliegen tot meer dan 20 uur) en andere soorten werden weer gefokt om hun eigenschap om zo snel mogelijk tot zeer grote hoogte te kunnen stijgen.

Daarnaast waren er Tuimelaars, Ringslagers, Smijters en Slenken die hun herkomst hadden in India en werden gehouden om hun bijzondere vliegeigenschappen als draaien en tuimelen. Veel hoogvliegers en tuimelaars waren daarnaast ook goede kladvliegers. Als de eigenaren zagen dat er vreemde duiven tussen vlogen werd de klad snel naar beneden geroepen in de hoop de vreemde duiven te kunnen vangen en terug te verkopen aan de eigenaar of te verkopen op de markt aan andere liefhebbers, of voor het vlees. Een andere vliegduivensoort was de kropper. Hiervan werden er destijds al verschillende soorten gehouden. De kleine kroppers die als één der voorouders van de postduif hebben gediend waren waarschijnlijk nazaten van de Oploper, een ras dat niet meer bestaat maar waarvan de Holle Kropper een nazaat is. Deze duiven werden vooral gehouden om hun vermogen andere duiven te kunnen lokken. De Slenken en de Smijters hebben volgens C.A.M. Spruijt net als de Holle Kropper als voorouders de Oploper. De Slenk is naar verluid ook gebruikt om in te kruisen op de voorlopers van de Holle Kropper, om zo de gewenste hals en halslengte te krijgen. Waarschijnlijk ligt de oorsprong van de Slenk, net als van de kropper in het door de Moren bezette gebied van Spanje en zijn ze meegekomen in de Tachtigjarige oorlog naar het Noorden. Eveneens uit Spanje kwamen de kroppers naar Nederland met het doel ze als lokduiven te gebruiken. In Spanje werd namelijk met kroppers getraind om wilde Rotsduiven te vangen. Die werden vroeger veel gegeten.

HOLLE KROPPER van Gerrit Deuzeman

Een belangrijke inbreng hebben duiven gehad die behoren tot de groep Wratduiven, zoals Valkenets en Carriers. Deze werden al voor onze jaartelling in landen als Irak, Iran (het vroegere Perzië) en Egypte gefokt om koeriersdiensten te onderhouden. Toen rond het begin van de 19e eeuw duiven werden geselecteerd op hun vermogen om snel naar huis te komen over grote afstanden, werd dan ook gebruik gemaakt van deze duiven die beschikten over een goed oriëntatievermogen en zeer sterk waren. De eerder genoemde vliegduivenrassen werden met elkaar gekruist en met de nakomelingen hiervan werd aan wedvluchten deelgenomen. Met de besten werd steeds verder doorgefokt en gedurende de eerste 50 jaar van het bestaan van de postduif werd nog door verschillende liefhebbers verder geëxperimenteerd met het kruisen van diverse soorten vliegduiven met postduiven. Rond 1850 waren er grofweg twee foklijnen ontstaan waar liefhebbers succesvol mee waren. Het Luikse soort, waarvan kruisingen met de diverse vliegrassen en de Luikse Barbet, een wat kleiner Meeuwenras aan ten grondslag lag. De andere stroming was de Antwerpse soort, dit waren kruisingen van vliegrassen met de Smierels (ook een meeuwenras) en de eerder genoemde Valkenetten en Carriers.

Deze twee lijnen werden later gekruist waardoor uiteindelijk de huidige postduif is ontstaan. De Carriers die werden gebruikt kwamen veelal uit Engeland, waar het ras een grote aanhang kende in die jaren. In sommige boeken wordt ook gesproken over het gebruik van Dragoons in plaats van Carriers. De postduiven van honderdvijftig jaar geleden waren dus nog lang niet zo gelijkvormig als tegenwoordig. Tussen 1800 en 1900 bezaten vele postduiven nog kuiven, strikken (jabots), of zeer grote neusdoppen en grove vlezige uitwassen rond de ogen (wratten). Stonden ze hoog op hun poten of juist heel laag, lieten sommigen nog iets van een krop zien en was er veel meer verschil in grootte dan tegenwoordig. Ook zag je een enorme veelzijdigheid aan kleuren. Veel van die kleuren worden tegenwoordig door de gemiddelde postduivenliefhebber betiteld als miskleuren.

NEDERLANDSE HOOGVLIEGERS van Bram Wassenaar

In de loop van zo’n tweehonderd jaar zijn de specifieke raskenmerken van de verschillende rassen bij de hedendaagse postduif als het ware samengesmolten. Maar wanneer er fors wordt ingeteeld zie je de diverse specifieke kenmerken van hun voorouders regelmatig terugkomen. Denk bijvoorbeeld aan de kuiven bij de z.g. Aardens en Hermans (Theelen). Deze kuiven (soms ook kapjes genoemd) is een raskenmerk van de Smijter en de Ringslager die hieraan nauw verwant is. De recessief rode kleur (Choco) vooral bekend van de Meulemansduiven komt bij Hoogvliegers, Tipplers en Tuimelaars veelvuldig voor. Maar ook bij de Indiase Carriers zie je deze Chocokleur nog veelvuldig. Deze Carriers werden overigens nog tot 2002 in afgelegen gebieden door de politie in India gebruikt om in noodcommunicatie te kunnen voorzien bij natuurrampen. Deze Carrier Pigeon Service bestaat nog in zeer afgeslankte vorm, maar de Carriers zijn inmiddels grotendeels vervangen door postduiven die hun herkomst in België hebben. En zo is de cirkel weer rond.

Zoals hiervoor al geschreven is het zeker dat de Gelderse Slenk via de gemeenschappelijk voorouder de Oploper sowieso nauw verwant is aan de voorouders van de postduif. Dit geldt uiteraard ook voor de Groningse Slenk die voornamelijk in de stad Groningen werd gehouden. In de 19e eeuw werd de Gelderse Slenk in en rondom Zutphen, Enschede, Nijmegen, Elst en Arnhem gefokt. Het ras was erg geliefd vanwege de speciale manier van vliegen. Na de tweede wereldoorlog was het ras vrijwel uitgestorven. Maar door toedoen van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen, het Geldersch Landschap en Kasteelen (GLK) en inspanningen van (nieuwe) fokkers om het oude vliegtype in ere te herstellen, is de Gelderse Slenk voorlopig voor uitsterven behoed.

GELDERSE SLENKEN van de GLK

Tegenwoordig is het ras regelmatig op tentoonstellingen te zien, maar niet iedere fokker houdt de Gelderse Slenk echter meer als vliegduif. Om de specifieke ras- en vliegkenmerken van de Slenken te bewaren is structurele samenwerking gezocht met de Groninger Slenken Club en zo is in 2010 in een gezamenlijke slenkenclub ontstaan, de GGSC: http://www.groningerengelderseslenkenclub.nl/rasgegevens.html Op het kasteel Doorwerth wordt jaarlijks een oogstfeest op het binnenhof van Kasteel Doorwerth georganiseerd. Een onderdeel van dit oogstfeest is de Slenkendag die door Johan Ruys medewerker van de GLK wordt georganiseerd. In de tuin van het kasteel worden Gelderse Slenken gehouden en Johan is hiervan de verzorger. Naast het bezichtigen van deze duiven kunnen liefhebbers ook zelf duiven meebrengen om te showen, te ruilen of te verkopen.

Voor wat betreft de eigenschappen (de standaard) waaraan de Gelderse Slenk moet voldoen aangaande zijn uiterlijke verschijningsvorm verwijs ik naar de standaard zoals die vermeld staat op de website van de GGSC. Daar het in deze column vooral gaat om zijn vliegeigenschappen, wil ik dit artikel afsluiten met een beschrijving te geven van de zeer specifieke manier van vliegen van de Gelderse Slenk. Nadat ik ze bij het kasteel heb zien rondvliegen kan ik me voorstellen dat deze duif vroeger vele bewonderaars had. Het is een heel spektakel. Tijdens het vliegen worden de vleugels boven en onder krachtig, luid klepperend, tegen elkaar geslagen. Daarbij is de kop opgericht en heeft de staart een holle waaiervorm. Het vliegen bestaat uit drie onderdelen, te weten 1) springen of steken: met een klein aantal krachtige vleugelslagen (op)stijgen; 2) zwemmen of trekken: zich met krachtige vleugelslagen vooruitwerpen; en 3) zeilen of drijven: met opgeheven vleugels (langzaam dalend) vooruit varen. Hoe steiler de slenk opstijgt (met zo weinig mogelijk vleugelslagen), hoe beter. Wanneer voldoende hoogte is bereikt, begint het zwemmen. Na elke (zwem)slag 'gooit' de slenk zich 10 tot 15 meter vooruit en stijgt hij met een schok van soms wel 1 meter (wederom springen). Het zwemmen lijkt op de bewegingen van een hobbelpaard. Bij het zeilen staan de vleugels enkele seconden stil in een V-vorm. Hoe langer een slenk krachtig springt en zwemt met opgeheven kop en gespreide holle staart, des te meer waarde heeft hij.

Voor deze column heb ik gebruik gemaakt van verschillende boeken van C.A.M. Spruyt, het boek “Taubenrassen” van Axel Sell en de website van de GGSC. Daarnaast heb ik John Logemann die veel kennis heeft van de Holle Kropper en ook op postduivengebied weet waar Abraham de mosterd haalt, gevraagd om mee te lezen. Ook ben ik dank verschuldigd aan Johan Ruys die me afgelopen zomer zijn collectie Gelderse Slenken liet zien en daarbij veel over dit ras heeft verteld. Ook heeft Johan net als John mijn concepttekst meegelezen en van commentaar voorzien.

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Evelien's Journaal

CAHORS, BERGERAC, PERONNE en VIERZON. Even een terugblik op vorige week. De grootste bloedhitte is voorbij, ...

Evelien's Journaal

De Tour

Alweer een weekje is de Tour de France bezig. Jumbo – Visma heeft al 4 overwinnigen. Ook reed Teunissen 2 dagen in ...

Ad de Jong

Wederom zwaar duivenweekend met als ...

Wie dacht dat Wim Muller afgeschreven was die heeft toch even achter zijn oren moeten krabben, en ik durf te zeggen dat ...

Evelien's Journaal

COLUMNS

Sjaak Buwalda - Wervelwind –

Had ik al getikt dat de zaterdagen wel vervloekt lijken? Daar paste afgelopen zaterdag zo in het rijtje, zo liever ...

Sjaak Buwalda

Nico van Veen - Toekomst van de ...

Op de vorige column over het onderwerp “toekomst van duivensport” kreeg ik veel reacties. Daarnaast zie ...

Nico van Veen

Mediatraining

Ja ja ik weet het, ik kom eraan. Zo ik zit, beetje veel ccccoffeïne aan het verwerken. Dacht slim te zijn door ...

Sjaak Buwalda