In februari 2015 schreef ik mijn laatste column over het onderwerp kweken. In deze periode wordt er nog volop gekweekt dus vond ik het wel weer tijd worden voor een column/minireportage hierover. De liefhebber die deze keer centraal staat is de bijna 70 jarige Sije Pijl uit Muntendam, een liefhebber die in zijn jeugd de duivensport is ingerold en met een onderbreking van vier jaar alweer zo’n 50 jaar duiven heeft. De vader van Sije speelde ook niet onverdienstelijk, maar ruilde de duiven op een gegeven moment in voor kanaries waarmee hij zelfs Nationaal en Wereldkampioen is geworden. Sije is toen met de duivensport verder gegaan. Als 15 jarige is hij nog een tijdje bezorger van het NP Orgaan geweest. Dat werd in die jaren nog apart bezorgd, dus niet door de post. Er waren destijds ruim 200 duivenliefhebbers in Groningen en aangrenzende dorpen. Bij al deze liefhebbers werd het NPOrgaan zaterdags door Sije aan de deur bezorgd en de jeugdige Sije had zijn oren en ogen dan goed open, vooral bij degenen die hard vlogen. Het duurde dan ook niet lang voordat hij zich bij de vitesse- en midfondkampioenen van de regio schaarde. Ook de adviezen die hij later van zijn schoonvader Andreas (Broer) Doornbos kreeg waren niet aan dovemans oren gericht.

Het onderwerp van deze column is Sije op zijn lijf geschreven. Jarenlang hing op zijn huis in Kolham de spreuk “Spelen is zilver, kweken is goud”. Toen Sije in 1975 overschakelde naar de overnachtfond werd er direct vanaf het begin serieus werk van de kweek gemaakt. “Ik heb mij altijd verdiept in het kweken van goede duiven. Allereerst heb ik erg veel stamkaarten van goede duiven bestudeerd. Daarnaast heb ik veel opgestoken van mijn vroegere bezoeken aan Marathonliefhebbers vooral in Steenbergen. En verder ook van mijn schoonvader en van Klaas Wieringa de vroegere verzorger bij Klaas Oosterhof in Tynaarlo. Maar ook heb ik veel geleerd uit het boek “De kunst van het kweken” van Alfons Anker en Steven van Breemen.” Gewapend met deze kennis slaagde Sije er vrij snel in om een sterke stam op te bouwen gebaseerd op de Aarden duiven van Marijn/Martha van Geel en de Wanroys via Klaas Oosterhof. Vanaf de beginjaren 80 t/m 2000 werden door Sije op de vluchten boven de 1000 km (Bergerac 1035 km, St. Vincent 1225 km, Dax 1200 km) prachtige resultaten behaald en vele hoofdprijzen gewonnen. Nadat bij hem in 2000 de duivenmelkerslong werd geconstateerd heeft hij zijn totale duivenbestand aan Jan de Jongh verkocht. Die doopte deze stam duiven om tot het Herba-ras en verkocht ze totaal in december 2000, waarna deze zorgvuldig opgebouwde kolonie kilometervreters helaas uit elkaar viel.

Sije die na een ziekenhuisopname vanwege de duivenmelkerslong een aantal jaren zonder duiven in 2003 een comeback maakte, heeft zich nu geheel op Barcelona toegelegd. We hebben het dan over een afstand van 1356 kilometer. Je vraagt je af wat iemand bezielt om zich toe te gaan leggen op 1 vlucht per jaar en dan nog wel op zo’n monsterafstand.

“Waarom Barcelona? Het is een wedvlucht die aansprekend is over de hele wereld. Voor mij is het een enorme uitdaging om met mijn afstand aan die vlucht mee te kunnen doen en daar mooie prijzen op te pakken, zowel Nationaal als Internationaal. Jan Buurma uit Midlaren v.h. Peize met wie ik goed bevriend ben, won in 2011 de 15e Nationaal en dit bracht mij ertoe om in 2012 ook mee te doen. Dit was direct al een succes met de snelste duif op de verste afstand 1 op 10 en het bijbehorende kristallen vaasje dat ik in Kerkrade in ontvangst mocht nemen. Ik ben er van overtuigd dat met het juiste soort duiven en een goede opleiding ook hier in het noorden mooie resultaten op Barcelona kunnen worden neergezet. Ik heb in die vier jaar nog geen duif verspeeld op Barcelona, maar zal er dan ook nooit probeersels naar toe sturen.”

Er is maar een heel klein percentage postduiven dat met succes een dergelijke afstand aan kan onder zware omstandigheden. Je zal dus heel gericht naar deze witte merels op zoek moeten en daar ook heel gericht mee moeten kweken, is mijn overtuiging. Sije desgevraagd over hoe hij dit heeft aangepakt en met wat voor soort duiven;

Ik ben doelgericht aan het werk gegaan en heb goed gezocht naar liefhebbers die op grote afstanden mooie uitslagen maken, met grote prijspercentages. Ik kwam terecht bij de Barcelonaspecialist Henk Wegh uit Lochem, de man die in 2000 met 1 duif mee de 2e Nationaal en 2e Internationaal speelde en bekend is vanwege zijn hoge prijspercentages op die vlucht. Uit al zijn prijs winnende Barcelonaduiven kwamen jongen naar mijn hok. Met deze duiven werden mooie prestaties neergezet op St Vincent zoals in 2007 met 6 duiven mee evenzoveel prijzen en in 2008 met 2 duiven mee ook weer 100 % prijs. In 2008 en 2009 kwamen er duiven bij uit de Barcelonaduiven van Peter van der Eijnden uit Deurne. Met Peter kwam ik in contact via een opgevangen duif en ik kreeg van hem als dank gratis een aantal duiven. Vorig najaar kwamen daar nog 2 fantastische kweekduiven van Martha van Geel bij uit het oude soort van Martha/Marijn van Geel die ik ook gratis van haar kreeg. Ik heb nu mijn vizier gericht op Noord Holland, omdat daar volgens mij momenteel de beste Barcelona duiven zitten voor de verdere afstanden. Recent heb ik dan ook duiven aangeschaft uit duiven van de gebr. Bruggeman, van IJs Kaptein en uit de lijn van het Betuwekoppel van Gerrit Veerman.”

Sije is dus heel weloverwogen te werk gegaan bij de aanschaf van de duiven waarmee hij een stammetje wil opbouwen voor het hele zware werk. Maar dat is echter nog maar het begin. En hoewel een goed begin het halve werk is, komt er nog wel wat voor kijken om een goed presterende stam duiven op te bouwen. Het versterken van bepaalde goede eigenschappen en het wegwerken van fouten die goede prestaties in de weg kunnen staan is een vaardigheid die maar weinigen beheersen. Sije erkent dat en geeft aan hoe hij te werk gaat;

“Je moet je koppels beredeneerd samenstellen wil je een stam opbouwen. Blijf altijd bij de oorsprong en ga dan vervolgens verder zorgvuldig zoeken wat er het beste bij past. De duiven waarmee je verder kweekt moeten zich eerst waarmaken zowel in kweek- als in vliegprestaties. Van de Wegen vergeleek een stam duiven ooit met een kopje koffie, waarbij de oorspronkelijke stam het kopje koffie is en dat daar wel melk en suiker aan toe gevoegd kan worden, maar het moet wel altijd koffie blijven. Zo zie ik het ook. Er mag en moet zelfs soms iets anders bij maar je moet wel in het zelfde soort blijven en dan terug kweken op de oorspronkelijke basis. Natuurlijk heb je ook met deze manier te maken met de speling van de natuur en doffer geluk met duivin toeval zal je ook altijd blijven houden, maar dat zijn de geheimen in de sport en die verrassingen maken het juist ook leuk”.



Of Sije in zijn doel zal slagen om net als in zijn eerdere duivenloopbaan een sterke fondstam op te bouwen, zal de toekomst leren. 

“Dat moeten we afwachten. Duiven met uitzonderlijke kweekwaarde moet je met een lampje zoeken. Ik heb op dit moment 9 kweekkoppels. Het zijn veelal aangeschafte duiven waarvan de kweekwaarde nog niet bekend is, behalve dan van de vader van mijn beste Barcelonaduif en mijn beste Barcelona duif zelf.  Zij stammen af van de 5e Nat. Dax en de 2e Nat. en Int. Barcelona, maar ook dit is nog geen garantie dat ze zelf ook goede verervers zullen zijn. Dat ik echter op de goede weg ben bewijzen de uitslagen van de afgelopen jaren wel op St Vincent (1225 km). Sinds mijn herstart heb ik hier 30 duiven op gespeeld en daarmee 25 prijzen gepakt. Een echt goed kweekoppel waar veel toppers uitkomen heb je zo maar niet. Je mag al blij zijn met een koppel dat een groot percentage prijsvliegers geeft. Uit de meeste zogenaamde kweekkoppels worden ook heel veel slechte duiven gekweekt. Ik had vroeger een Aarden/Wanroy koppel waar ik een aantal zeer goede vliegers uit kweekte. Het bleken echter zelf niet zulke goede verervers, maar onder hun veel minder goed presterende broers en zusters zaten wel een paar zeer goede kwekers. Met deze ervaringen zou je gauw geneigd zijn om veel duiven te gaan houden, maar dat wil ik beslist niet. Ik heb er eigenlijk nu ook al teveel naar mijn zin.”

Zo lang als de duivensport bestaat zijn er duizenden pagina’s over het kweken van postduiven volgeschreven en menig goede verstaander/lezer heeft daar zijn voordeel mee gedaan. Het door Sije genoemde boek “De kunst van het kweken” van Alfons Anker en Steven van Breemen, alsmede de boeken van Piet de Weerd zijn menig topkweker en speler goed van pas gekomen bij het vormen van hun stam. Maar het vergt veel tijd aan studie en voor de gemiddelde liefhebber is dat een brug te ver. Maar voor mensen als bijvoorbeeld Wim Muller die met duiven als de Madonna’s, First Lady, Hercules, Mona Lisa, etc. wereldfaam heeft verworven waren de kweekadviezen die in deze boeken beschreven staan niet aan dovemans oren gericht. En dat geldt ook voor Sije die eveneens zijn visie op kweken hieraan ontleent.

“Zoals gezegd moet je allereerst alleen met echt goede duiven als basismateriaal starten. Met in hun afstamming minstens drie generaties zeer goede vliegers en kwekers. En gebruik absoluut geen duiven met een eenmalige topprestatie, maar alleen duiven die zich meerdere keren aan de kop hebben laten zien! Ik ben geen keurder en heb veel goede marathon duiven in mijn handen gehad waarvan ik me niet kon voorstellen dat ze de prestaties hadden geleverd die zwart op wit op tafel lagen. Mijn belangrijkste stelregel is daarom dat een goede kweekduif een duif is die goede jongen voortbrengt. Maar natuurlijk zijn er wel zaken die ik graag zie bij een goede kweekduif. Goed doorbloedde ogen met een kleine pupil bijvoorbeeld. De kleur maakt me niets uit en de ogentheorie zegt me ook niet zoveel, hoewel ik nooit twee witogen tegen elkaar zal zetten. De duiven moeten wel perfect gebouwd zijn en over een grote natuurlijke gezondheid beschikken. Ik zoek naar die duiven die altijd hun zondagse pak aan hebben. Uiteindelijk valt en staat mijn kweekmethode met de selectie door de mand. Duiven met slechte lichamelijke of karaktereigenschappen vallen vanzelf af. Geen nauwe inteelt over meerdere generaties, want je moet zo goed uitkijken dat je niet de slechte eigenschappen vast gaat leggen. De kweekmethode van Alfons Anker waarbij je gericht terug kweekt naar je beste duif heeft mij in mijn beste jaren de beste duiven opgeleverd. Duiven die 15, 16 en 17 prijzen op de overnacht wonnen waaronder verschillende kopprijzen. Ook heb ik wel eens een broer x zus koppeling gedaan en een jong uit die koppeling won een 1e prijs op Chateauroux (800 km). En deze duif werd later vader van de 384 mijn St. Vincent duivin met 17 prijzen op de overnacht.”



Tot slot nog enkele vragen:

Wat is volgens jou een veel gemaakte fout waardoor mensen er niet in slagen om een goede stam voor de marathons op te bouwen?

Het gebeurt veel te vaak dat er niet met de juiste duiven aan de marathon wordt meegedaan. Of men heeft geen geduld genoeg om de duiven uit te laten groeien en ze te spelen op de vluchten waarvoor ze het meest geschikt zijn.

Natuurlijke weerstand tegen ziektes, is voor duiven die soms een week in de mand zitten met een hoge infectiedruk, naar mijn mening absoluut noodzakelijk. Mee eens?

Ja absoluut! Natuurlijke weerstand en zeker voor Barcelona duiven is heel belangrijk. Op deze discipline kun je geen duiven spelen die je met medicijnen op de been moet helpen. Een dierenarts wordt van mij niet rijk behalve de verplichte enting. Hier wordt geen duif met medicijnen behandeld. Een goede duif is zelden ziek. Voor een duif die niet uit zichzelf gezond kan blijven is hier geen plaats.

Heb je nog een afsluitende tip?

Probeer alles zo simpel mogelijk te houden. Afblijven van medicijnen, potjes, flesjes, poedertjes en pillen. Dat is alleen maar goed voor de commercie. Je maakt van een doorsnee duif geen kampioen. Het zit er in of niet. Ik neem me zelf als voorbeeld. Ik was een redelijk goede wielrenner. Heb heel wat koersen gereden in Frankrijk en België maar zelfs al hadden zij mij vol gestopt met EPO en dergelijke, dan nog had ik nooit een Tour de France gewonnen. Die kwaliteit had ik niet. En zo is het ook bij de duiven. Je hebt toppers en gewone prijsvliegers.

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Na zomer

Op dit moment een mooi na zomertje. Best wel lekker voor mens en dier. De taart vluchten hebben in ieder geval goed weer. ...

Ad de Jong

Hou het maar simpel

Inderdaad alweer een tijdje niets geschreven. September is de maand waarin we al een aantal jaren vakantie vieren. Het is ...

John Logemann

Nieuwe aanwinst

Zaterdag 29 september met Andre de Jong naar Friesland geweest. Ook Ton en Bram mochten de lange trip mee maken. De reis ...

Ad de Jong

COLUMNS

Succes in de duivensport 4 / Team ...

Is succes in de duivensport af te dwingen door veel te investeren in tijd en geld? Ik denk dat dit wel geldt voor ...

Nico van Veen

In gesprek met van Eynde Govaerts

En nog maar eens belandden we in dezelfde regio, meer bepaald Putte, om een groot kampioen op de rooster te leggen. ...

Ad Schaerlaeckens

Vragen over verliezen van jonge duiven

Vele malen ben ik al gevraagd om te reageren op verhalen in de duivenkranten. Het zou elk jaar slechter worden met de ...

Willem Mulder