In boeken als “Kampioenen klappen uit de biecht”, “Methoden en geheimen”, “101 Methoden om kampioen te worden en te blijven” en nog tientallen andere boeken uit de hoogtijdagen van de duivensport, wordt door vele grote kampioenen uit de doeken gedaan hoe zij destijds hun successen behaalden. De afgelopen jaren zijn veel van deze methoden aangescherpt, geperfectioneerd en aangepast, maar ook zijn er nogal wat van deze methoden en inzichten volledig achterhaald. Door een aantal liefhebbers waaronder Gerhard Bolks uit Gramsbergen, werd aangegeven dat ze graag artikelen/columns lezen waarin de oude en nieuwe “waarheden” naast elkaar worden gezet en vergeleken. Zelf ben ik een speurneus die bepaalde zaken graag tot op de bodem uitzoekt, dus de vraag om een dergelijk onderwerp in mijn columns aan te snijden is niet tegen dovemansoren gericht. Onder de titel “Duivensport vroeger en nu” zal ik de oudere liefhebbers die op mijn pad komen en 60 jaar of langer duiven hebben, hierover aan het woord laten. In deze column/minireportage is dat de 77 jarige Hielko Postma uit Eenrum.

Hielko is op zijn 17e met duiven begonnen, dus is inmiddels 60 jaar duivenliefhebber. Een schoolkameraad die op een boerderij woonde had een paar duiven. Dat wilde Hielko ook wel. Zijn ouders hadden nog een klein kippenhok dat leeg stond en dus had Hielko niet veel later zelf ook duiven. Hij woonde destijds in Zuurdijk. Een jaar later werd Hielko samen met zijn vader lid van PV Hunsingo te Winsum. Tot halverwege de jaren zestig vloog Hielko in combinatie met zijn vader. Vooral op de dagfond konden ze goed meekomen. Een mooie overwinning van Orleans in groot verband en verschillende andere kopprijzen, alsmede kampioenschappen op de fond, werden in die periode binnengehaald. In 1966 verhuisde Hielko naar Eenrum waar hij op zichzelf opnieuw is begonnen. Tot en met 1975 werd door Hielko het programma gespeeld. Begin jaren zeventig ook nog een paar jaar in combinatie met R. Meijer eveneens uit Eenrum. Daarna is Hielko op de overnachtfond overgeschakeld. De belangrijkste reden hiervoor was dat zijn zoon wielrenner was en Hielko vaak met hem mee ging naar de wielerwedstrijden.

Met duiven van onder andere Thei Degens, Jan te Pas, Ton Bollebakker, Gebr. Bruggeman, Peet Solleveld en Klaas Sturris werd een solide basis gelegd voor een sterke fondstam voor wie de grote overvlucht geen onoverbrugbare hindernis bleek, gezien de resultaten die Hielko de afgelopen 30 jaar heeft neergezet. Na zijn landelijke doorbraak in 1986 met een 4e nationaal op een loodzware St Vincent op een afstand van 1218 km en door op Nationaal Dax (1207 km) met 6 duiven mee 6 prijzen te spelen, deed Hielko vanaf die tijd met grote regelmaat van zich horen op de klassiekers. De uitslag van St Vincent in 2002 was bijvoorbeeld ook zo’n uitslag om in te lijsten. Hielko had 6 duiven mee en binnen 80 minuten waren zij alle zes weer thuis (In de Fondclub 13e, 29e, 33e, 52e, 54e en 56e). Nu nog een 1e nationaal, dat zou de kers op de taart zijn, zegt Hielko.

Hielko heeft 25 koppels vliegers en 7 koppels kwekers. Deze zijn gehuisvest in een vlieghok van 5 meter bij 2,80 meter, een jonge duivenhok van 2.50 bij 2.50 meter en zin kwekers zitten boven de vliegers in de nok van het hok. Het is woekeren met de ruimte, maar de ruimte die er is, wordt efficiënt benut.

Hielko bevestigt dat er veel veranderd is in de duivensport.

“Zeker is er veel veranderd. Zo zijn er veel meer mogelijkheden om grote fond te spelen hier in het noorden. Toen ik overnacht ging spelen moest worden ingekorfd in Groningen bij de Luchtbode. Er waren maar 3 vluchten namelijk St Vincent, Dax en Bergerac. Nu kun je in deze regio zelfs inkorven voor vluchten als Marseille (1120 km), Perpignan (1213 km), Pau (1222 km) en Barcelona (1373 km). Daar moest men vroeger niet aan denken. Wij hadden toen echt wel genoeg aan drie overnacht vluchten. Als het wat tegen zat stond het concours dagenlang open. Dat is ook een groot verschil met nu. De prijzen zijn ook hier de dag na lossing vrijwel altijd wel verdiend. Zelf zal ik niet inkorven op de ZLU, ik vind het te zwaar voor mijn duiven.

Andere grote veranderingen ten opzichte van de jaren zestig en zeventig noemt Hielko de verbeteringen van het vervoer, het aantal duiven per liefhebber, het aantal vluchten per weekeinde waarop ingekorfd kan worden, maar ook de keuze in voer en bijproducten.

“Tegenwoordig zijn er diverse merken en soorten te verkrijgen aangepast aan het seizoen. Vroeger waren er maar enkele firma’s die duivenvoer op de mark brachten. Wij haalden ons voer meestal rechtstreeks bij de boer (Tarwe, Haver, Erwten, Lijnzaad en zomers dorsafval). Tegenwoordig voer ik ook de mengelingen die aan het seizoen zijn aangepast. ‘s Winters voer ik één keer per dag naar behoefte. Zomers voer ik volle bak die na een half uur weer wordt geleegd. De duiven die op een bepaalde vlucht mee moeten worden in hun nestbak bijgevoerd in potjes met veel vethoudende zaden en pinda’s. Op medisch gebied is tegenwoordig alles op zijn kop gezet. Het ene product is nog beter dan het andere. Men grijpt nu direct naar een pot of flesje wanneer er maar iets tegen zit. Wanneer de duiven vroeger last van het geel hadden werden hooguit middelen als Buisman (gebrande suiker) en jodium gebruikt. Ook werd af en toe het elixer van De Reiger (vitaminen, mineralen) en Aviol (mineralen en sporenelementen) aan het water toegevoegd. Bleven ze hiermee niet gezond, dan werd er geruimd. Ik ben zelf een voorstander van natuurproducten en gebruik al jaren Duo Kruiden Elixer van Jan Smit en BCS Clinee-Tril (mineralen en sporenelementen). Medicijnen worden door mij nauwelijks gebruikt. Alleen bij een ernstige E. coli uitbraak kuur ik wel. Dan gebruik ik de 4 in 1 mix van Belgica. De laatste jaren heb ik niet meer tegen het geel gekuurd. Ik druppel wel tegen luis.”

De gedachten over weduwschap zijn de afgelopen jaren flink veranderd. Waar men vroeger de ramen van de hokken van de weduwnaars afschermde met lakens of ze wit kalkte en men overdag nauwelijks bij de duiven durfde te komen om hun rust niet te verstoren, of hen zelfs opsloot in het broedhok, zie je dat nauwelijks meer tegenwoordig. Ook niet bij Hielko.

Bij mij worden de weduwnaars niet opgesloten in hun broedhok, zij hebben de vrijheid in hun hok. De ramen zijn voorzien van een soort matglas. Ze hebben geen uitzicht naar buiten, maar het zonlicht schijnt volop naar binnen. Mijn hok heeft een zeer gelijkmatige temperatuur. Het verschil tussen nacht en dag is zelden meer dan 6 graden. Ik vlieg de laatste jaren totaal weduwschap. Bij de invliegvluchten toon ik +/- 10 minuten. Zodoende kan ik de duiven rustig pakken voor het inkorven. Als er op dinsdag moet worden ingekorfd voor een overnachtvlucht laat ik vanaf 12 uur de duiven bij elkaar die mee gaan. De rest sluit ik dan op in hun broedbak. Ik gooi dan wat stro in het hok, waardoor ze meteen beginnen te nestelen. De duiven gaan maar één keer per dag los. De doffers laat ik rond 09.00 uur los en dan gaat hok dicht tot ik na de koffie de duiven ga verzorgen. Ik kijk daarbij niet op 10 minuten. De duivinnen gaan alleen ‘s avonds los. Dat kan de ene keer om 19 uur zijn en een andere keer pas om 21.00 uur. Voordat de duivinnen los gaan hebben ze al voer gehad en kunnen ze net zolang buiten blijven als ze willen. Als duivinnen onderling gaan paren worden zij opgesloten. Verder niet te veel poespas. Verduisteren doe ik nooit, ook de jongen niet. Ik wil de duiven niet uit hun natuurlijke ritme halen.”

In verschillende reportages uit de jaren zeventig wordt er op gewezen dat de duiven na een lange winter/rustperiode voorzichtig moeten worden voorbereid, met eerst gedwongen training rond het huis die steeds verder werd uitgebreid en vervolgd werd door oefenvluchtjes die qua afstand steeds verder weg waren. Tegenwoordig hoor en lees ik bijvoorbeeld regelmatig over het gebruik van magnesium om scheefvliegen in het voorjaar te voorkomen. Ik vroeg Hielko hoe hij daar tegenaan kijkt en sowieso tegen trainen in het algemeen.

Bij mij vliegen de duiven het gehele jaar los, ook in de winter. Ik kan mij voorstellen dat waar de roofvogels actief zijn, dat men hier rekening mee houden moet. Scheef vliegen komt hier niet voor daar de duiven zich het gehele jaar kunnen uitleven. Het gebruik van magnesium is mij overigens onbekend. Opleren doe ik maar mondjesmaat. Ik maak daar geen werk van. Ik breng ze één of twee keer richting Groningen (10 km). Dat moet voldoende wezen.”

Tot zover Hielko Postma die nog steeds veel plezier aan de duivensport beleeft en dit ook uitdraagt aan de jeugd in zijn club die hij met raad en daad bijstaat. Meer info over Hielko op  http://www.hielkopostma.nl/

Nico van Veen



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

Comb. Poelman - Erica

Bonnenschenkers

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

St Vincent koorts

Dinsdagavond waren de duiven in de mand gegaan naar st Vincent. Vrijdagmiddag om 12.30 uur werden ze gelost. Veel ...

Ad de Jong

Zomerstorm

Wat een storm hebben we dinsdag en woensdag gehad. Dinsdag gingen om 7.30 uur de jongen los en wat hadden ze het naar hun ...

Ad de Jong

Op en af

Het weer gaat op en af zoals Frank Debosere de weerman in België vaak met het weerpraatje zeg. Hier nu ook dan een ...

Ad de Jong

COLUMNS

De Meester Duivenliefhebber in een ...

Grote oren en een grote neus zijn twee kenmerken die onherroepelijk wijzen op het verouderen van de mens. Daar valt ...

Michel Vanlint

In deze tijd (3 juni)

In deze tijd zijn velen hun jongen driftig aan het lappen. De vitesse mannen hebben die zelfs al enkele keren gespeeld. ...

Ad Schaerlaeckens

Spiegelen…

Ik heb u ooit al eens verteld over een jeugdtrauma. Een trauma wat ik een plaats heb gegeven, kan handelen, volledig ...

Esther Bultman