Er wordt de laatste tijd veel geschreven over de mogelijke oorzaken van de grote verliezen met jonge duiven. Zo heeft Hans Stephanus zich sinds vorig jaar bezig gehouden met het ontwikkelen van- en het experimenteren met een stof die er voor zorgt dat sporen van het landbouwgif (Neonicotinoïden) die zich in het duivenvoer bevinden, beter door het lichaam worden afgescheiden. Daarnaast schreef Martin van Zon in het SdK twee artikelen over dit onderwerp en focuste hij zich daarbij vooral op de gezondheid en de selectie. Ook schreef Willem Mulder een zeer uitvoerig artikel waarin hij zijn licht liet schijnen op feitelijk alle min of meer bekende oorzaken en recent las ik ook een interessante column van Kees Bosua op zijn website over dit onderwerp. Deze laatste richtte zich vooral op de trend om te voorzichtig te zijn met jonge duiven. Alle vier hiervoor genoemden hebben het m.i. volledig bij het rechte eind v.w.b. de (deel)oorzaken. Zelf heb ik me op Facebook en forum het Praathuis al eens uitgelaten over dit onderwerp, waarbij ik als één der belangrijkste oorzaken van de grote verliezen bij sommige liefhebbers beschouw, het verkeerd opleren. Feitelijk leren de meeste liefhebbers hun duiven helemaal niet op. De overgrote meerderheid lost hun jongen in grote groepen, soms wel met honderden tegelijk. Dat heeft niets met leren (oriënteren) te maken. Uit allerlei onderzoeken is gebleken dat er in zo’n groep enkele leiders zijn die bijna blind gevolgd worden. In plaats van het volgen af te leren (voor zover mogelijk, want een duif is een kuddedier) wordt dit volgen van de leiders juist gestimuleerd.

Helemaal fout dus! Wanneer alle trainingsvluchtjes dus “goed” verlopen, d.w.z. de hele groep vliegt in één streep naar huis en is al voor de baas thuis, hebben 90 % van de duiven niet tot nauwelijks iets geleerd. Ik ben een groot voorstander van het individueel of in tweetallen lossen. Dat kost wel wat tijd maar van twee keer op deze manier de duif zelf de weg te laten zoeken, leren ze meer dan van 10 keer in de massa recht op huis aan te vliegen. Een tijdje terug sprak ik met Benno Kastelein over dit onderwerp. Benno had in een open brief aan de NPO zijn ongerustheid uitgesproken over de richting die de NPO en de afdelingen zijn ingeslagen, met het in zijn ogen te krampachtig bezig zijn met het organiseren van kleine concoursen, waardoor de duiven alleen maar in een zo groot mogelijk tempo in grote koppels richting hun huis kunnen vliegen. De inhoud van deze brief sluit geheel aan op mijn visie. Vandaar dat ik Benno vroeg om aan deze column over het onderwerp “verliezen met jonge duiven voorkomen”, mee te werken.

Benno is 50 jaar en heeft vrijwel zijn gehele leven al duiven. Eerst sierduiven en daar kwamen later postduiven bij. Als kind ging hij al kijken bij postduivenliefhebbers die bij hem in de buurt woonden en zo rolde hij vanzelf in de postduivensport. Hoewel hij ook het programmaspel mooi vindt heeft de overnachtfond zijn voorkeur. Daarop vroege duiven pakken dat is zijn doel, kampioenschappen volgen dan vanzelf.“Elke keer weer vind ik het machtig om ze op de klep te zien vallen helemaal vanuit Zuid-Frankrijk. Ook  geniet ik meer van vluchten met een langere concoursduur dan van een vlucht waarbij de prijzen in 10 minuten verdiend zijn. Het proberen te kweken van duiven die deze afstanden steeds sneller en gemakkelijker aan kunnen vind ik net zo mooi als de wedstrijden. Ook de sfeer onder fondliefhebbers spreekt mij over het algemeen meer aan. Zowel het gunnen als het elkaar vooruit helpen met duiven maar zeker ook met tips.” Dat Benno er goed in geslaagd is om duiven te kweken die aan de kop kunnen vliegen op de grote afstanden bewijst hij al een aantal jaren, maar dit jaar kwam de kroon op zijn werk met de 1e nationaal Cahors sector 3, wat tevens de snelste was van heel Nederland. In verschillende reportages op internet en in de duivenkranten is Benno met deze overwinning in het zonnetje gezet en in deze reportages staat uitgebreid beschreven met wat voor duiven hij deze en andere prestaties behaald en hoe de duiven worden verzorgd. Daar ga ik in deze mini reportage dan ook aan voorbij. Interessanter voor deze column is zijn visie op het verlies van jonge duiven en op de duivensport in het algemeen.

Benno steekt zijn mening over veel zaken in de duivensport niet onder stoelen en banken. Op forum “Het Praathuis”, maar ook op Facebook laat hij regelmatig van zich horen. Benno; “Ik zeg wel wat ik denk, maar ben niet zo iemand die het bij voorbaat al ergens niet mee eens is (hoop ik). Wel denk ik dat er binnen de duivensport nog veel te verbeteren valt en verbaas ik mij er soms over hoe iedereen zomaar achter elkaar aanhobbelt. De zaken in de duivensport waar ik me aan stoor probeer ik maar te accepteren, anders wordt de ergernis groter dan het plezier. Maar net als veel anderen erger ook ik me bijvoorbeeld aan het vele commentaar over slecht verlopen vluchten. We korven met z’n allen de duiven in ondanks dat er slecht weer wordt voorspeld, maar we verwachten een mooie vlucht. Zo niet dan ligt dit aan de lossingscommissie en zijn we niet te beroerd om zo snel mogelijk op bijvoorbeeld Facebook te zetten wat een eikels het zijn en dat veel duiven de dood in zijn gejaagd. Tja, zo hebben we geen PvdD nodig om onze prachtige hobby om zeep te helpen en vrijwilligers weg te jagen.”

Het thema van deze column/minireportage is verliezen van jonge duiven voorkomen en met de brief van Benno in gedachten heb ik hem hierover een aantal vragen gesteld. Benno is iemand die zelf weinig jonge duiven verspeelt dus heeft wel recht van spreken, dunkt mij.

Er worden de laatste jaren veel jonge duiven verspeeld. Daar zijn een aantal oorzaken voor te noemen, maar m.i. is de belangrijkste oorzaak de duif zelf. Mee eens?

Daar ben ik het zeker mee eens. We creëren kladvliegers en geen postduiven in de zin van “waar je ze ook los laat, ze komen weer thuis.” Een duif mag van mij de eerste keer gerust in een niet al te grote groep gelost worden. Dit zie ik dan meer als wennen aan de mand dan als leren oriënteren. Wat veel belangrijker is, is dat ze een goed erfelijk pakketje hebben en goed gezond zijn. Dus als je de klep ‘s morgens wilt openen, dan moeten ze eigenlijk niet kunnen wachten en er tegenaan vliegen. Als ze dan in een halve minuut allemaal buiten en hoog in de lucht of al weg zijn, dan zit het goed met de gezondheid. De 2e keer africhten toch graag alleen of in een groep die haar huisadres niet allemaal dicht bij elkaar heeft. Duiven kunnen veel meer dan we denken, maar door alles zo te beperken, kweken we eigenschappen als zelf oriënteren en doorzetten als ze uit koers zijn geraakt, er uit. Dit is zeker één van de redenen waarom er in mijn club meer verliezen zijn onder de liefhebbers van de snelheid dan onder de fondmannen.

Je hebt een open brief aan de NPO geschreven waarin je aangeeft dat de duiven lossen in kleine groepen die allemaal dezelfde kant op moeten i.p.v. de oplossing voor het beperken van verliezen, juist mede een oorzaak is. Wat stel jij voor m.b.t. de lossingen?

Mijn voorstel zou zijn geen vluchten onder de 150km en graag met meerdere afdelingen op het zelfde moment lossen. De voordelen hiervan zijn; “Je houdt weer duiven over die zichzelf goed kunnen oriënteren, het concours staat iets langer open, op den duur minder verliezen en een betere spreiding, juist op de korte afstanden”.

Heb jij reacties op dit artikel/brief gekregen? Zo ja, wat was de strekking?

Ik heb inderdaad redelijk wat reacties gekregen. De meesten waren het met mij eens, maar anderen vinden dat ik graag wil dat ze alles kwijt raken.

Ik ben van mening dat veel liefhebbers hun jongen verkeerd opleren. Ze schaffen alleen of gezamenlijk aanhangwagens aan en brengen ze massaal weg. Alles wordt gelijk gelost. Naar mijn mening moet je juist de duiven op jonge leeftijd beginnen te leren om zelf de weg naar huis te zoeken. Kun jij je hierin vinden?

Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik ken daar ook wel voorbeelden van. Zo bracht een liefhebber zijn eigen duiven 2 keer zelf naar Deurne. Hij loste ze daar, kwam thuis en de koppel kwam er al aan en alle duiven waren dus gelijk met hem thuis. Daarna gingen ze mee met de wagen en was hij er 10 van de 30 kwijt. Deze hadden dus niets geleerd maar zijn die twee keer gewoon meegevlogen. Veel fond-liefhebbers willen hun duiven ook graag in andere richtingen of andere afdelingen mee hebben, zodat ze in ieder geval zelfstandig een stukje moeten vliegen en zich moeten oriënteren. Bij de eerste de beste slechte vlucht i.v.m. het weer komen de duiven bij deze liefhebbers stukken beter thuis! Ook geven ze graag de late jongen mee met taartvluchten om dezelfde reden. Een grote spreiding!

Ben jij met me eens dat er te vaak probeersels op de kweek worden gezet en er daardoor teveel aan het toeval wordt overgelaten en er dus ook veel minderwaardige duiven worden gekweekt?

Gedeeltelijk. Ik wil zeker niet kweken uit duiven die al generaties geen mand meer hebben gezien. Maar bijvoorbeeld uit wat leuke jaarlingen kweek ik rustig een koppeltje jongen als er meerdere goede duiven in de familie zitten. Meer goede duiven in de stamboom is geen garantie maar vergroot wel degelijk je kansen is mijn mening.

 

Er wordt mijn inziens ook te vaak gewacht op zogenaamd goed weer om jongen af te richten. Met enkele buien en temperaturen tussen 15 – 20 graden is juist veelal beter dan met de zon hoog aan de hemel. Ben jij het hier mee eens?

Absoluut mee eens! Niets is zo slecht voor onervaren duiven dan een strak blauwe hemel!! Voor oude ervaren duiven is dit geen probleem, maar een strak blauwe lucht en 25+ graden staat garant voor een slecht verloop. Wij kijken vaak naar wat mooi weer is om ze op te wachten. Dit is iets heel anders dan gemakkelijk weer voor duiven. Ook als er oost in de wind zit is het ALTIJD lastiger dan met west in de wind. Zelfs zuidoost wat gemakkelijk lijkt is toch altijd nog lastiger voor de jongen dan zuidwest, west of zelfs noordwest! Waarom? Dat weet ik niet, maar let er maar op!

Ik ben van mening dat je niet bang moet zijn om duiven te verliezen. Hoe meer je je daarop focust hoe meer duiven je zal kweken die gemakkelijk verloren gaan. Juist door ze flink aan de tand te voelen en streng te selecteren, zal je binnen een paar jaar nauwelijks nog duiven kwijt raken behalve aan de roofvogels. Kun je je hierin vinden?

Een 100% manier is er niet maar mijn mening is dat je zo snel mogelijk de duiven die niet op eigen kracht/oriëntatie thuis kunnen komen moet kwijtspelen. Hoe mooi die er ook uitzien. Als ze weg zijn kunnen er ook geen jongen uit gekweekt worden en leg je een dergelijke eigenschap als snel opgeven niet vast. Dus veel inkorven en ze het niet te gemakkelijk maken (dus het liefst duivenvluchten met een groot aankomstgebied en een redelijke afstand zodat ook de zwakkeren door de mand zullen vallen). Over het algemeen heb ik zelf niet veel verliezen. Vorige week heb ik mijn jongen op de derby gespeeld (500km). Ze zijn twee keer naar Groesbeek geweest (75km) en twee keer naar Deurne (115km). Ik ben er slechts 4 verspeeld van de 48.

Wat zijn jouw ideeën over selecteren? Waarop? Gezondheid? Het hele jaar door? Alleen op prestaties, enz.?

 houdt in dat ik bijna alle jongen die ik kweek en na de vluchten nog over heb probeer door te houden. Natuurlijk zijn er enkelen die ik niet houd omdat ze in mijn ogen te veel missen om een goede te worden, maar als er geen grote gebreken aan zijn, worden ze als jaarling vanaf week 1 meegegeven en gaan ze 2 keer naar de overnacht. Wie dan prijs vliegt mag blijven en een enkele waar ik van denk dat het wel eens een goede zou kunnen worden krijgt nog een extra jaartje de kans. Tweejarigen selecteer ik puur op de resultaten. Hierbij tel ik mee wat ze als jaarling hebben laten zien. Wie als 2 jarige een lege lijst heeft of alleen 1 staartprijs moet plaats maken. Theorieën zijn mooi maar als je er te veel volgt of er te zwaar aan tilt wordt het in mijn ogen ballast in plaats van dat het je vooruit helpt. Ik denk wel dat je met duiven moet starten die in hun stamboom meerdere goede duiven hebben zitten. Dit is geen garantie maar vergroot wel voor 100% je kansen.

Nico van Veen - http://www.de-duivencoach.nl/



PIGEONSUPPORT.COM

DUIVENTRANSPORT

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

Redstar Breedingstation

Bonnenschenkers

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Geen zwaluwen

Het is nog steeds hoog zomer en we zitten wat de droogte al dicht tegen 1976 aan. Mogelijk de komende week een enkele bui ...

Ad de Jong

DUFFEL/ARGENTON - Warmpjes en zwaar tot ...

Voor de zoveelste week achtereen zijn de duivenvluchten loodzwaar in iedere categorie. Het was wederom een lang weekend ...

Evelien's Journaal

Bourges, Dax en Barca - Het weekend van ...

Ik had al een stukje klaar op de zondagmiddag, maar had geen zin om het te publiceren. Geen idee waarom, achteraf weet ik ...

John Logemann

COLUMNS

Droge naalden

Heb het vermoeden dat er al een flink aantal zitten te smachten naar het finish van het oude duivenseizoen, de kraker ...

Sjaak Buwalda

Bourges, Dax en Barca - Het weekend van ...

Ik had al een stukje klaar op de zondagmiddag, maar had geen zin om het te publiceren. Geen idee waarom, achteraf weet ik ...

John Logemann

Sije Pijl – Muntendam / kweken 6

In februari 2015 schreef ik mijn laatste column over het onderwerp kweken. In deze periode wordt er nog volop ...

Nico van Veen