Vorig jaar februari schreef ik mijn laatste column over dit onderwerp. Momenteel is voor de meesten het kweekseizoen al weer in volle gang, dus vond ik het wel weer tijd worden voor een column/minireportage over dit onderwerp. Van de vier liefhebbers die ik in de vorige columns over kweken aan het woord liet, hebben er drie gemeen dat ze weinig geloof hechten aan goede kweekkoppels. Die overtuiging komt waarschijnlijk voort uit het feit dat ze zelf nimmer een dergelijk koppel hebben bezeten. Nou ben ik zelf ook wel van mening dat het aantal echt goede kweekkoppels (hier versta ik een koppel onder dat percentagegewijs meer goede en bruikbare duiven op de wereld zet dan slechte en onbruikbare) erg dun gezaaid is. Goede kwekers zijn er meer dan goede kweekkoppels. Daar zal iedereen het over eens zijn. Toch worden uit goede kwekers ook genoeg minder bruikbare duiven gekweekt. Dat is ook zeer logisch als je beseft dat er miljoenen mogelijkheden zijn voor overerving. Op stamkaarten wordt veel geschreven over de prestaties van bepaalde grootouders en overgrootouders. De kopers van deze duiven realiseren zich vast niet dat de zaadcel van de vader van de desbetreffende duif uit maar de helft van het gewone aantal chromosomen (40 van de 80) bestond en dat het dus zeer goed mogelijk kan zijn dat er van die 40 chromosomen, geen of slechts enkele van zijn vader afkomstig zijn en de overgrote meerderheid dus van zijn moeder.

Dat betekent dus dat kleinkinderen van zeer veel tot zeer weinig kunnen overerven van een grootouder. Daarom hecht ik er bij de kweek zoveel waarde aan dat minstens drie van de vier grootouders bewezen duiven zijn en het liefst alle vier. Het risico dat je uit zulke duiven veel afval kweekt wordt hiermee immers kleiner. Deze keer heb ik de 54 jarige Kees Jellema uit Hardenberg gevraagd om zijn kweekervaringen op papier te zetten. Kees is in 1992 als herstarter begonnen nadat hij tijdens zijn jeugd tussen 1973 en 1977 ook reeds postduiven had gehad. Hij kreeg in 1972 van een vriendje een paar sierduiven. Kees had nog een oud konijnenhok dat als huisvesting kon dienen en zodoende vlogen er vanaf die tijd een aantal sierduiven rond om het ouderlijk huis van Kees. Hier sloten zich op een gegeven moment een paar verdwaalde postduiven bij aan. Deze werden door Kees opgegeven en toen hij daar de eigendomsbewijzen van kreeg, werd hij door het bekende postduivenvirus besmet. Een jaar later was hij al lid van de plaatselijke duivenvereniging de Snelle Wieken.

Kees over deze periode; “Ik heb meegevlogen tot 1977. De prestaties vielen destijds nogal tegen. Ik won zo af en toe wel een leuk prijsje maar daar hield het ook mee op. Je werd in die tijd als jeugdliefhebber ook niet echt voortgeholpen door de gevestigde orde. In die tijd werden jeugdliefhebbers niet zo belangrijk gevonden als tegenwoordig. In mijn vereniging waren destijds geen leeftijdsgenoten, zodat de aardigheid er op een gegeven moment afging. Daarom heb ik in 1979 de duiven weg gedaan. Omdat ik in dienst moest had ik ook geen tijd meer om de duiven te verzorgen. Ik ben in 1992 weer begonnen met postduiven toen ik op de verjaardag van mijn broer een verdwaalde postduif in zijn tuin zag lopen. Deze heb ik gevangen en mee naar huis genomen. Vanaf dat moment kreeg het bekende virus me weer in zijn greep. Ik heb me in 1993 weer aangemeld als lid bij dezelfde vereniging als waar ik eerder lid was geweest.”

Kees heeft tussen 1993 en 2002 redelijk succesvol op de overnachtfond gespeeld. Dat was in eerste instantie niet echt een bewuste keuze maar eerder een samenloop van omstandigheden. Een oom van zijn vrouw (wijlen Piet Snoeyer uit Coevorden) had namelijk goede overnachtfondduiven en van hem kreeg Kees na zijn herstart zijn eerste duiven. Het vliegen ging eigenlijk meteen al goed, waardoor zijn vader (die zaterdags regelmatig kwam kijken als de duiven moesten komen), ook de smaak te pakken kreeg. Het werd toen eerst combinatie Jellema, enkele jaren later uitgebreid met Ton van Dusschoten waardoor verder gegaan werd als de combinatie Jelle-Duss. In die periode werd vrijwel elk jaar wel een keer een teletekstnotering behaald en soms zelfs meerdere. De herkomst van die duiven was voornamelijk Jan Peters, van Roosendal uit Dedemsvaart, Hain de Jonge, Gurbe van der Schaaf en Harm Vredeveld. De mooiste herinnering uit die periode was een vlucht van Bergerac waarop twee teletekstplaatsen werden behaald. Met 20 duiven mee werden 14 prijzen gewonnen, te beginnen met de 3e en 9e nationaal. Eind 2002 werd het Kees echter allemaal een beetje teveel en deed hij een stapje terug;“Het koste me teveel energie zodat het op een gegeven moment meer werken werd dan ontspanning. Ik heb toen al mijn duiven aan mijn compagnon gegeven en het oude duivenhok verkocht, het jonge duivenhok heb ik gehouden.” Vanaf 2009 besloot Kees om de draad weer op te pakken, maar dan niet meer op de overnacht maar op het programmaspel. Dat gaat redelijk tot nu toe met vorig jaar en het jaar daarvoor al een paar mooie uitschieters. Kees is een kleine liefhebber die met 12 koppels op dubbel weduwschap speelt.

Ik heb Kees een aantal vragen voorgelegd over zijn kweekervaringen.

Heb je een kweekhok c.q. kweekduiven? Zo ja wat zijn dat voor duiven, waar komen die vandaan?

Op mijn kweekhok dat nog erg jong is, heb ik 8 koppels duiven die hoofdzakelijk afkomstig zijn van Klaas Talen en Gerard Wolters. Ook heb ik enkele duiven van Cor Walda, de Gebroeders Leideman en Stephan Lazaroms. Ik heb er veel vertrouwen in dat ik hiermee een goed presterend hok duiven kan opbouwen.

Doe jij iets extra’s voorafgaande aan het kweekseizoen? Bijvoorbeeld bijlichten, verstrekken van extra korrels, eivoer, hennep, haver, olie, levertraan, etc?

De duiven heb ik altijd de hele winter los, met uitzondering van oud en nieuwjaarsdag. Dit heeft mij afgelopen winter 1 duif gekost aan de roofvogels, maar over het algemeen heb ik hiervan weinig last. De duiven komen wel eens wat later weer doordat er een roofvogel achteraan heeft gezeten, maar omdat ze alle dagen bijna los gaan zijn ze in goede conditie en veel alerter dan zomers.  Ik koppel de duiven meestal ongeveer half februari want ik vlieg met de jonge duiven pas mee op de natour en taartvluchten, omdat ik het wel lekker vind om in de zomer ook tijd te hebben voor andere dingen. Doordat ik de duiven wat later koppel en de dagen al wat langer worden en omdat ze in goede conditie zijn heb ik meestal ook weinig problemen met het koppelen. Het is meer een natuurlijk verloop. Dit heeft dus ook niet zoveel voorbereiding nodig dan wanneer je midden in de winter koppelt. Een paar weken voor het koppelen krijgen ze kweekvoer en 2 keer in de week biergist met tarwekiemolie. Ik doe ook regelmatig Naturaline met uitgeperste knoflookteentjes door het drinkwater.

Hoe ga jij doorgaans te werk bij het koppelen? Beredeneerd zelf koppels samen stellen? Zo ja, waar let je dan op?

Ik heb altijd beredeneerd de koppels samengesteld waarbij mijn uitgangspunt goed op goed was, maar ik lette ook altijd op de bouw en de kleur van de ogen. Ik zette zo veel mogelijk geelogers op witogers. In de jaren dat ik goed speelde op de overnachting was dit zowel met kruisingen als met ingeteelde duiven. Sowieso waren de duiven die ik had van Piet Snoeyer al veelal verwant aan elkaar. Hij koppelde namelijk veel neef x nicht en dat deed ik zelf later ook weer.

Goede kweekkoppels of goede kweekduiven, d.w.z. veel overkoppelen?

Ik geloof wel in goede tot zeer goede kweekkoppels, alleen denk ik wel dat deze heel zeldzaam zijn en koppels waarvan de nakweek ook nog goed is, zijn nog zeldzamer. In mijn goede jaren op de overnachting had ik een hele goede kweekduivin, waaruit met verschillende doffers hele goede en goed bruikbare duiven werden gekweekt. Uit haar heb ik drie duiven gekweekt met verschillende doffers die op teletekst vlogen.

Nico van Veen - http://www.de-duivencoach.nl



PIGEONSUPPORT.COM

DUIVENTRANSPORT

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

Redstar Breedingstation

Bonnenschenkers

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Geen zwaluwen

Het is nog steeds hoog zomer en we zitten wat de droogte al dicht tegen 1976 aan. Mogelijk de komende week een enkele bui ...

Ad de Jong

DUFFEL/ARGENTON - Warmpjes en zwaar tot ...

Voor de zoveelste week achtereen zijn de duivenvluchten loodzwaar in iedere categorie. Het was wederom een lang weekend ...

Evelien's Journaal

Bourges, Dax en Barca - Het weekend van ...

Ik had al een stukje klaar op de zondagmiddag, maar had geen zin om het te publiceren. Geen idee waarom, achteraf weet ik ...

John Logemann

COLUMNS

Droge naalden

Heb het vermoeden dat er al een flink aantal zitten te smachten naar het finish van het oude duivenseizoen, de kraker ...

Sjaak Buwalda

Bourges, Dax en Barca - Het weekend van ...

Ik had al een stukje klaar op de zondagmiddag, maar had geen zin om het te publiceren. Geen idee waarom, achteraf weet ik ...

John Logemann

Sije Pijl – Muntendam / kweken 6

In februari 2015 schreef ik mijn laatste column over het onderwerp kweken. In deze periode wordt er nog volop ...

Nico van Veen