Naar aanleiding van mijn vorige column over dit onderwerp ontving ik verschillende reacties. Onder andere over de door mij gevolgde methodiek bij het koppelen. Zoals ik in mijn vorige columns over dit onderwerp al heb aangegeven geeft “de kunst van het kweken” van professor Anker en Steven van Breemen in mijn optiek een zeer bruikbare richtlijn bij het samenstellen van de koppels. Ik weet echter ook dat er genoeg critici van Steven van Breemen zijn methode zijn om een goed hok duiven op te bouwen, maar tot nog toe zie ik alleen maar voordelen en geen nadelen van deze methode. Daarnaast pakken mijn adviezen (grotendeels gebaseerd op deze methode) in de praktijk doorgaans goed uit. Dat houdt niet in dat er nu ineens grote aantallen superduiven worden geboren op de desbetreffende hokken, maar de gemiddelde kwaliteit en daarmee ook het prijspercentage en het aantal prijzen 1 op 10 neemt flink toe. En daar gaat het immers om! Maar nogmaals, ik heb het al vaker gezegd. Men is baas in eigen hok en ik zal zeker niet beweren dat ik de wijsheid in pacht heb.

Verder werd er door een lezer aangegeven dat de methode van goed x goed zonder bij te halen en verder nergens op te letten bij het koppelen, vrijwel zeker tot een neerwaartse spiraal zal leiden. Van steeds minder toppers kweken tot uiteindelijk helemaal geen meer. Wanneer goede spelers het kweken niet in de vingers hebben zal hun succes van korte duur zijn, tenzij ze constant blijven bijkopen schreef deze liefhebber. Hier sluit ik me volledig bij aan en ik ken hiervan vele praktijkvoorbeelden. Ik heb vele goede en slechte hokken bezocht en mijn ogen daarbij altijd goed open gehad. En wat ik in ieder geval zeker weet is dat de topliefhebbers die er in slagen om tientallen jaren in kampioensstijl te vliegen, met door hen zelf gekweekte duiven van meerdere generaties, op een enkele uitzondering na, liefhebbers zijn die goed weten wat ze doen. Op deze hokken zie je bijna alleen maar goed gebouwde duiven uit presterende ouders en grootouders, met goede rijkgekleurde ogen, goede spieren, goede vleugels en veelal zachte pluim. Op de hokken die niet presteren ligt de gemiddelde kwaliteit t.a.v. genoemde eigenschappen bijna altijd veel lager. Hoewel het bij die sommige slecht presterende liefhebbers ook voorkomt dat ze een hok prachtige duiven hebben die aan alle eisen voldoen. Hier speelt echter een ander aspect en dat is dat er niet op prestaties wordt geselecteerd, maar op stambomen. Daarover een andere keer meer.

Ruud Wienen, de liefhebber die centraal stond in mijn vorige column/minireportage, is een fondspeler en koppelt pas als de dagen al weer flink aan het lengen zijn. Deze keer breng ik een liefhebber voor het voetlicht die al tijdens de derde week van november koppelt, dus als de dagen nog korter worden. Het betreft de 59 jarige Gerard Bekhuis uit Balkbrug. 

 

Gerard is in 1977 met duiven begonnen van een liefhebber uit Vriezenveen, die bij Gerard vlees haalde, die destijds slager was en daarvoor met duiven wilde betalen omdat hij krap bij kas zat. Gerard ging hiermee akkoord en werd zodoende besmet met het duivenvirus. In die periode woonde hij in Tubbergen. De eerste successen kwamen begin jaren 80 met onder andere het jonge duiven kampioenschap van de toenmalige afdeling G, de huidige afdeling 9. Dit is tot nu toe een hoogtepunt in Gerards duivenloopbaan, althans v.w.b. zijn vliegcarrière. Want in de jaren 90 is Gerard overgeschakeld naar het showgebeuren. In de wintermaanden werd aan vele tentoonstellingen meegedaan. Zijn grootste succes met de showduiven was het winnen van maar liefst 22 halve varkens in één tentoonstellingsseizoen. Daarna volgde een periode van 15 jaar zonder duiven. In 2004 is Gerard in Dedemsvaart neergestreken en heeft daar een korte periode in combinatie gevlogen. Na een verhuizing startte hij in 2009 te Balkbrug opnieuw. Bij zijn huidige woning heeft hij weinig ruimte, dus moet hij zichzelf realistische doelen stellen. Gerard heeft slechts 18 duiven en bezit geen kweekkoppels. Hij speelt met deze bescheiden ploeg in principe vrijwel alleen op vitesse/midfond, maar zo nu en dan kan hij het niet laten om ook op de dagfond een paar duiven te spelen.

Gerard heeft zich in de periode dat hij zich met de showpostduiven bezig hield wel een klein beetje verdiept in het kweken. Dit betrof echter voornamelijk het kweken op de standaard. Hij raadpleegde hiervoor destijds het boek “Moderne inzichten in de postduivensport” van wijlen dokter Stam. Dit boek heb ik zelf destijds (in 1984) als aspirant keurmeester ook gebruikt om me op het theorie examen van de GvK voor te bereiden. Van erfelijkheidsleer wordt alleen de basis uitgelegd, overigens net als van de meeste in dit boek beschreven onderwerpen. Hoewel er dus niet veel over selecteren en koppelen wordt geschreven, raad ik dit boek wel iedere beginnende liefhebber aan, daar bijna alle onderwerpen de duivensport betreffende in begrijpelijke taal aan bod komen. Behalve dus middels het boek van dokter Stam, heeft Gerard zich niet echt verdiept in het koppelen en de kweek c.q. in erfelijkheidsleer. Hij onderscheidt zich hiermee niet van de doorsnee liefhebber en is daarom de juiste persoon om over dit onderwerp te bevragen.

Ik vroeg Gerard hoe hij doorgaans te werk gaat bij het koppelen. Of hij er veel werk van maakt of juist niet, of hij beredeneerd koppels samen stelt of juist niet, en indien beredeneerd wordt gekoppeld waar dan op gelet wordt. Dit was samengevat zijn antwoord; “Hoewel ik de koppels wel beredeneerd samen zet, maak ik er ook weer niet zo veel werk van. Ik heb geen kweekhok en ik geloof ook niet zo in goede kweekkoppels. Ik denk dat die er erg weinig zijn, hoewel de veilingsites ons anders willen doen laten geloven. Ik heb door de jaren heen net zoveel goede duiven gekweekt uit door mij bewust samen gezette koppels als uit toevalstreffers. Mijn beste duif ooit kwam uit een opvanger. Achteraf bleek deze wel een nazaat van de Kleine Dirk van Koopman te zijn. Het gaat er in de eerste plaats om dat je goede duiven moet hebben om goede jongen te kunnen laten voortbrengen. Maar zelfs dat is geen garantie voor succes, want ook uit goede duiven worden minderwaardige duiven gekweekt. Verder ben ik er zeker van dat wanneer je alleen maar goed x goed koppelt, zonder op andere zaken te letten, je beslist duiven zult kweken waarmee je op kampioensniveau kan meekomen. Echter, je zult het geen jaren volhouden als je er dan niet steeds duiven bijhaalt. Hoeveel hokken zie je niet na een paar jaar van zeer sterk spel weer terugvallen? Fouten komen altijd weer terug! Zeker als er dan ook nog in bloedverwantschap wordt gekweekt, dan boeren zulke liefhebbers zeer hard achteruit. Uit duiven die zichtbare lichamelijke tekortkomingen hebben wordt bij mij niet gekweekt. Omdat ik maar een paar duiven heb, ontkom ik er niet aan om duiven met dezelfde kleur ogen op elkaar te zetten, maar als het even kan doe ik dat niet. Ik probeer ook altijd zoveel mogelijk te compenseren en heb een voorliefde voor kleine compacte duivinnen. Ik ben geen liefhebber van te nauwe inteelt. Kleinkinderen op hun grootouders zetten is geen probleem, maar broer x zus of moeder x zoon, daar begin ik niet aan. Volgens mij is het veelvuldig intelen en het kweken uit duiven die het niet waard zijn om uit te kweken één van de oorzaken van de vele verliezen met jonge duiven tegenwoordig.”

Tot zover Gerard Bekhuis die met bescheiden middelen en een klein hokje duiven regelmatig vroege duiven draait. Inmiddels heeft hij een prima winterkweek gehad en zijn de jonge duiven al afgespeend. Hier heeft hij weinig moeite voor hoeven doen. Alleen vlak voor het koppelen ’s avonds bij lichten, één keer voor te koppelen en daarnaast als enige bijprodukt Chorella poeder over het voer (een gewone kweekmengeling) te doen naast het verstrekken van grit en mineralen. Van 9 koppels heeft Gerard 17 jongen gekweekt. Als het vliegseizoen ook zo verloopt hoeft hij zich geen zorgen te maken.

Nico van Veen - http://www.de-duivencoach.nl/



PIGEONSUPPORT.COM

DUIVENTRANSPORT

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

WE ZIJN ER BIJNA

Zo, we hebben nog 1 vlucht te gaan en dan is het seizoen ten einde en kan de vlag uit. Ik weet niet of u er ook zo aan ...

Evelien's Journaal

The Dutch

Hier enkele kilometers vandaan is voor het derde jaar op rij het KLM OPEN golf toernooi in Spijk. Men is al maanden bezig ...

Ad de Jong

Werkers zijn onmisbaar

Vrijwilligers zijn in iedere sport onmisbaar zo ook in de duivensport. Er moet iedere week in het vliegseizoen veel werk ...

Ad de Jong

COLUMNS

Coen Brugman - Rutten / Schrijvers over ...

In mijn vorige column waarin een schrijver over de duivensport centraal stond (John Laan), schreef ik dat er tegenwoordig ...

Nico Meuwsen

Een bord minder Toet

Wel rustig zo geen jongen om los te laten en fingers crossed dat ze er 's middags weer allemaal inzitten als ik ...

Sjaak Buwalda

Selectie - A man has got to know his ...

 "A Man's got to know his limitations". Komt U dat bekend voor misschien? Zou zomaar kunnen, het is ...

John Logemann