Artikel Januari 2014: Voor velen is inmiddels het kweekseizoen 2014 aangebroken. De zachte winter speelt de vroege kwekers in de kaart en ik hoor dan ook eigenlijk alleen maar positieve geluiden over het verloop van de kweek tot nu toe. Ik ben zelf geen voorstander van kweken in november en december, in een tijd dat de dagen nog dagelijks korter worden. Maar met de juiste voorbereiding is winterkweek toch zeer goed mogelijk en zeker met de huidige weersomstandigheden. De reden dat ik de winterkweek niet promoot is omdat dit tegen de natuur is en ik er absoluut van overtuigd ben dat het zo natuurlijk mogelijk houden van de duiven meer rendement oplevert op de lange duur. Maar ik ben realist genoeg dat ik me terdege besef dat het streven naar kortstondig succes niet meer weg te denken is bij deze huidige tijd waarin alles immers sneller moet en vluchtiger is. Bij dit gericht zijn op kortstondig succes past het zorgvuldig voorbereiden op de kweek ook niet. En dat zie en hoor ik helaas ook veel terug. Er worden zelfs duiven op de winterkweek gezet die nog niet eens klaar met de rui zijn en die in augustus nog jongen hebben grootgebracht. Over het belang van de ruiperiode, uitgebalanceerd voeren, zorgen voor voldoende bouwstoffen en goed voorbereid de kweekperiode ingaan adviseer ik om de zeer interessante artikelen van Willem Mulder te lezen, op internet of in zijn boek.

Ik gaf in mijn vorige column over dit onderwerp aan dat ik nog terug zou komen op de voordelen van beredeneerd koppelen, maar als zelfs de “groten” roepen dat het geen enkele zin heeft om beredeneerd kweekkoppels samen te stellen, voel ik me soms een roepende in de woestijn. Wat dat betreft voel ik me wel gesteund door de artikelenreeks van Steven van Bremen in “het Spoor” onder de titel “Spoorzoekers”. In deze reeks beschrijft hij zeer gedetailleerd alle kenmerken waaraan een goede duif dient te voldoen en hoe die zijn te herkennen, evenals hoe je je voordeel hier mee kan doen in de kweek. Voor een ieder die zijn eigen kwekers zelf wil kweken in plaats van met grote regelmaat de veilingsites af te stropen en de portemonnee te trekken, beveel ik deze artikelen ten zeerste aan. Al vaker heb ik zijn boek “de kunst van het kweken” genoemd. In mijn ogen mag dit boek niet ontbreken in de boekenkast van een ieder die iets wil bereiken in de duivensport.

De liefhebbers die niet beredeneerd koppelen stellen zichzelf niet eens de vraag hoe ze te werk zullen gaan als het kweekseizoen is aangebroken. Op Facebook en een aantal websites las ik hier alweer vele voorbeelden van. Ook las ik weer regelmatig de kreet “goed x goed”. Een mijn inziens misplaatst advies, want het gros van de liefhebbers heeft immers geen hok vol goede duiven. En wat is goed? Alleen de grote kampioenen en kweekcentra met een hok vol topduiven kunnen nationale winnaars en duifkampioenen tegen elkaar koppelen. De doorsnee liefhebber zal het toch anders moeten aanpakken. Mijn uitgangspunt is overigens ook goed tegen goed, maar door daarnaast rekening te houden met afstamming, lichaamsbouw en dan vooral met de ogen, spieren, vleugels en kwaliteit pluim, alsmede met het karakter en de vitaliteit van de duiven, zal je een veel groter percentage goede duiven kweken dan wanneer je dit niet doet.

Door zorgvuldig te bepalen welke doffer je tegen welke duivin zet, bepaal je in grote mate je succes. Natuurlijk worden uit spontane koppelingen ook wel eens toppers gekweekt. Maar dit zijn de zogenaamde geluks- of toevalstreffers.  Ik ben van mening dat je zelf zoveel mogelijk moet doen dat binnen je vermogen ligt om het geluk af te dwingen. Iemand die er voor gekozen heeft om in ieder geval niet meer te wachten op die ene gelukstreffer is de 51 jarige Ruud Wienen uit Beuningen. Door duivenforum het Praathuis ben ik met Ruud in contact gekomen. Het werd tijd om de zaken eens goed aan te pakken schreef Ruud na een slecht verlopen seizoen 2012. Ik bood hem aan om zijn duiven te beoordelen en te koppelen. En omdat had hij ook twijfels had of zijn hokklimaat wel goed was, ben ik in de winter van 2012/2013 samen met John Limburg, die het hok daarbij grondig onder de loep heeft genomen, op hokbezoek bij Ruud geweest. Ruud is van huis uit met duiven opgegroeid en zit dus zijn hele leven al in de duiven. Gedurende zijn duivenloopbaan heeft hij verschillende successen gekend, zowel op de programmavluchten als op de overnacht.

Zijn mooiste succes was echter afgelopen jaar met een 1e NPO en 2e nationaal op Orange. Op deze zware vlucht waren er ’s avonds vier duiven die hun hok bereikten en één daarvan was de 76 van Ruud. Ik had deze doffer een half jaar eerder aangewezen als toekomstige stamduif en Ruud het advies te geven uit deze doffer vooral veel te kweken. Het zal geen verbazing wekken dat dit advies na zijn overwinning op Orange direct is opgevolgd. Inmiddels zit deze doffer naast een viertal van zijn kinderen en nog een paar nieuwe aanwinsten op het tevens nieuw aangeschafte kweekhokje. Dat de aanpassingen aan zijn hok, op advies van John Limburg, zo snel hun vruchten zouden afwerpen was natuurlijk niet voorzien, maar duidelijk is wel dat hij aan het hok nu niets meer hoeft te doen.

Nu het hok dus goed is en er een aantal duiven zijn waaronder de Orangewinnaar, die uit het goede hout gesneden zijn om een hok mee op te bouwen voor de zware fond, zal het vizier de komende tijd naast het spelen, meer dan voorheen op de kweek gericht zijn. Zoals gezegd heeft Ruud daarvoor een kweekhokje aangeschaft. Hij geeft aan dat kweken eigenlijk altijd minder zijn aandacht had dan het vliegen, maar nadat er de laatste jaren in het voor- en najaar steeds een aantal duiven slachtoffer van de roofvogel werden en hij in 2012 de helft van zijn vliegploeg al tijdens de invliegvluchten kwijt raakte, is hij aan het denken gezet. Er kwam te weinig aanwas en de gemiddelde kwaliteit kwam lager te liggen omdat er nauwelijks meer geselecteerd kon worden. Ruud geeft aan dat hij in het verleden toen hij nog programmaspeler was altijd goed x goed koppelde en toen ook een kweekhok bezat. Echter bij de overnacht duurt het echter wel minimaal 2 jaar voordat je weet wat een duif kan. “Omdat ik nu klein behuisd ben en maar een beperkt aantal duiven kan houden heb ik mijn overnachtduiven de laatste jaren vrij laten paren. En dat pakte lang niet altijd verkeerd uit. Zo komt mijn Orangewinnaar de 76 ook uit een vrije paring. Maar wanneer je de stamboom bekijkt zie je dat hij wel voortkomt uit lijnenteelt en daar wil ik me dan ook meer op gaan richten. Ik geloof niet zo in goede kweekkoppels, maar wel in goede kweekduiven.

Toen ik ik nog het programmaspel speelde heb ik 2 duifkampioenen gehad van de kring Nijmegen en deze kwamen uit kwekers. Hun ouders had ik wel bewust zo gezet op basis van goed x goed, maar ik heb nog nooit gekeken naar ogen, bouw, vleugels etc. Deze duifkampioenen waren allebei kruisingsproducten. Ik had toen een heel goed kweekhok waaruit ik elk jaar wel één of meerdere echte topduiven kweekte. En dat kweekhok bestond uit duiven die ik als jong had aangeschaft voor een zachte prijs in het najaar bij een kleine melker in de buurt van Nijmegen. En jongen van deze duiven gaven in kruising met duiven van Laurensen echte supers. Het leek toen allemaal wel vanzelf te gaan.”

  

Ruud geeft aan dat hij altijd pas rond eind maart koppelt en zodoende ook niet al te veel hoeft voor te bereiden, want de duiven zijn er uit zichzelf altijd al klaar voor in die periode. Problemen met de kweek kent hij ook niet. Hij voert drie merken voer en mengt dat met P40, Tovo en wat snoepzaad. Zijn moto is hou het zo simpel mogelijk. Het moet ook betaalbaar en vooral leuk blijven zegt Ruud. Dure duiven worden door hem evenmin gekocht. Er wordt naar zijn mening veel te veel geld betaald voor duiven. Hij heeft zijn huidige duivenbestand geheel opgebouwd uit krijgertjes en duiven verkregen op een bon waarvan de aanschafprijs binnen zijn budget lag. “Ik doe ook mee aan een ruilcompetitie van duivenforum Het Praathuis wat mij ook al een paar hele leuke duiven heeft opgeleverd. Ik ben best wel ambitieus, maar ik ken mijn beperkingen. Ik streef naar mooie uitslagen met minstens 50% prijspercentage en dan komen de kampioenschappen meestal vanzelf, vooral als je er ook nog een paar toppers bij hebt. Maar die heb ik op dit moment niet. Ik wil in de toekomst met 16 koppels spelen, maar zo’n aantal heb ik tot nog toe nooit gehaald. Maar met 9 koppels kwekers in de toekomst verwacht ik dat dit wel zal gaan gebeuren. Misschien dat ik dan ook aan de ZLU vluchten ga deelnemen.”

Nico van Veen - http://www.de-duivencoach.nl



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Gewoon genieten

Er speelt momenteel van alles in duivenland, de commissie "Eerlijk spel" trekt er behoorlijk aan. Concrete ...

John Logemann

Sporten / NPO

Er zijn op deze tijd van het jaar weer veel sporten te zien op de televisie zoals veldrijden , voetbal , snooker , ...

Ad de Jong

Schoon schip

Volgens mij heeft iedereen weleens zo'n moment. Hopelijk wat vaker zelfs. Zo'n moment dat je beseft dat je nu ...

John Logemann

COLUMNS

Eens de grote rui voorbij, gaan wij aan ...

Het energievermogen van elke duif is beperkt, de kunst bestaat er dus in, om met behoud van een goede gezondheid de grote ...

Frans Musch

Gewoon genieten

Er speelt momenteel van alles in duivenland, de commissie "Eerlijk spel" trekt er behoorlijk aan. Concrete ...

John Logemann

Schoon schip

Volgens mij heeft iedereen weleens zo'n moment. Hopelijk wat vaker zelfs. Zo'n moment dat je beseft dat je nu ...

John Logemann