Op mijn vorige column minireportage over de kweek waarin ik Nico van de Hurk uit Oss in de hoofdrol plaatste, kreeg ik redelijk wat respons. Sommige reacties waren in de trant van wat de jonge fondspeler Rieks Lonsain me mailde; “al die theorieën met ogen en bouw, vleugels enz.. is voor de meesten grote flauwe kul. Je moet gewoon geluk hebben dat je een goed kweekkoppel bij elkaar krijgt en dan is het bingo. Veel omkoppelen om zo snel mogelijk de kweekwaarde te kunnen bepalen van de kwekers. En de goeden zijn vaak kinderen of kleinkinderen van goede duiven.” Verschillende andere liefhebbers daarentegen gaven juist weer aan veel te hebben opgestoken uit het boek “de kunst van het kweken” van prof. Anker en Steven van Breemen. Er zijn zelfs liefhebbers die foto’s van de ouders en grootouders gebruiken bij het koppelen om zodoende vast te stellen van welke voorouder het meest is vererfd. Zoals met veel zaken in deze complexe wereld dus ook v.w.b. dit onderwerp bestaan er weer veel lijnrecht tegenover elkaar staande meningen.

In mijn columns en minireportages schenk ik veel aandacht aan de doorsnee liefhebber. Dit is immers de grootste categorie beoefenaars van de duivensport. Door juist hen aan het woord te laten over diverse onderwerpen met betrekking tot de duivensport en door de bril van deze liefhebbers te kijken, krijg ik zelf ook meer zicht op de motieven van de doorsnee liefhebber om iets te doen of misschien juist te laten. Dit inzicht helpt mij dan weer om mijn adviezen beter te laten aansluiten op de belevingswereld van het merendeel van de mensen die mij inschakelen. Berend van Beekhuizen uit Harderwijk is zo’n doorsnee liefhebber die wel bereid was om zijn gedachten over een onderwerp als de kweek te delen. Berend is 70 jaar oud en heeft vanaf 1968 postduiven, dus inmiddels zo’n 45 jaar waarin hij vele ups en downs heeft meegemaakt. Berends mooiste resultaat was in 1996 op de ringenrace die door de NPO werd georganiseerd. Hij won toen de 1e en 9e van rayon 6 en stond met twee duiven op Teletekst. Ook bewaart hij mooie herinneringen aan de tijdrace die door PV de Woudvliegers uit Putten werd georganiseerd in 2005. Hierop speelde hij de 1e van zone 3. De grootste tegenslag weet hij niet zo precies, maar hij heeft gedurende zijn duivenloopbaan minstens 10 keer na een voor hem zeer slecht verlopen vlucht, er over gedacht om te stoppen. Echter, dat gevoel bleef nooit langer dan een dag hangen, want het blijft gewoon een mooie hobby, zegt Berend.

Berend is een kleine liefhebber die met 12 doffers en 10 duivinnen alle programma-vluchten speelt, met uitzondering van de eendaagse fond. Op de overnacht wordt door hem evenmin meegedaan. Berend is destijds door zijn vader in de duivensport gerold. Zijn eerste duiven kwamen dan ook van zijn vader. Later heeft hij daar andere duiven bij aangeschaft die met de nazaten van de duiven van zijn vader werden gekruist. De laatste jaren zijn er vooral duiven aangeschaft bij Hulkenberg uit Naarden. De meeste daarvan zijn meteen op het vlieghok gezet en hier zaten een paar aardige vliegers bij. Berend heeft 5 koppels kwekers. Hij noemt het zelf eigenlijk geen kwekers, maar vasthouders omdat ze hun kweekwaarde nog moeten bewijzen. Het zijn alle 10 aangekochte of gekregen duiven. Hij heeft ze als jong aangeschaft en ze direct op de kweek gezet, zonder ze uit te wennen. Uit deze duiven wordt twee á drie jaar gekweekt. Hebben ze dan nog niet voor goed nageslacht gezorgd, dan worden ze weg gedaan.

Berend heeft van het koppelen nooit zo veel werk gemaakt. Meestal zette hij goed op goed. Uit dergelijke koppelingen kweekte hij doorgaans zijn beste duiven, ook al heeft hij wel ervaren dat dit absoluut geen garantie voor succes is. Zo is het in zijn duivenloopbaan verschillende malen voorgekomen dat hij uit een bewezen goede vlieger met verschillende partners geen enkele goede nazaat kon kweken. Gevoelsmatig heeft hij ook niet zoveel op met inteelt. Ooit had Berend eens zonder dat hij het wist een broer en zus samen gezet. Hier kwamen op het oog schitterende jongen uit, maar hij raakte ze al met het uitwennen van het hok kwijt. Met koppelingen van neef x nicht heeft hij wel eens succes gehad, maar toch ook niet in die mate dat hij dit vaker is gaan toepassen. Zijn beste duiven kwamen uit doffer toeval x duivin geluk. Zo werd de duif die de eerste prijs won op de ringenrace, gekweekt uit een koppel dat eigenlijk als voedsterkoppel diende. Omdat Berend 10 ringen voor deze race had aangeschaft en één van de 10 daarmee geringde jongen niet goed opkwam, liet hij een jong van dit voedsterkoppel groot worden dat hij met de ring van de niet goed opgekomen jonge duif ringde. Hier speelde dus een grote dosis geluk mee. Zo’n anekdote zou koren op de molen zijn geweest van Jos de Zeeuw, de vroegere hoofdredacteur van het NP Orgaan die regelmatig in zijn artikelen schreef dat er zoveel factoren mee spelen die bepalen wat een goede postduif is, dat het daarom geen enkele zin heeft om beredeneerd kweekkoppels samen te stellen. Ik ben het hier uiteraard absoluut mee oneens. Als je de stambomen op internet goed bestudeert bij de verkopingen van de afgelopen jaren, kun je niet anders dan concluderen dat beredeneerd koppels samen stellen wel degelijk loont. In een volgende column over dit onderwerp kom ik hier nog wel weer op terug.

Ik ben er blij mee dat Berend zonder een blad voor zijn mond te nemen zijn visie en ervaringen over dit onderwerp deelt en dit door mij in deze column wil laten verwerken, want in mijn optiek vertolkt hij de ervaring en mening van een overgrote meerderheid van de duivenliefhebbers. Menigeen zal zich helemaal of grotendeels in zijn verhaal herkennen. Op mijn vraag aan Berend op welke uiterlijke kenmerken hij let bij het samen zetten van de koppels, geeft hij aan dat hij hier eigenlijk nooit zo op gelet heeft. Het enige dat hij nooit heeft gedaan is twee grote duiven op elkaar zetten, maar verder werd er tot nu toe alleen gekeken naar de vliegprestaties en werden de beste vliegers op elkaar gezet. Berend geeft aan dat er door hem uit bijna alle duiven gekweekt wordt als deze naar zijn maatstaven gerekend goed vlogen. Hiermee zegt Berend dat hij ook altijd kweekte uit duiven die zichtbare lichamelijke tekortkomingen hadden zoals een slechte vleugel, weinig spieren, grote pupil, niet gesloten stuitbeentjes, etc. Berend is daarin zeker geen uitzondering. Integendeel, ik schat dat tussen de 80 en 90 % van de duivenliefhebbers dat doet. Verder geeft Berend aan dat hij goed x maal goed koppelt, maar toch heeft hij op het kweekhok voornamelijk alleen duiven zitten die zelf nog niets bewezen hebben. Ook dit kom ik heel vaak tegen. Er wordt dan gezegd; “Ik heb geen goede duiven”. Toch klopt dat in de meeste gevallen dikwijls niet. Maar deze goede duiven worden helaas niet als zodanig herkend. Vooral wanneer er alleen traditioneel weduwschap wordt gespeeld met doffers, zie ik regelmatig zeer knappe duivinnen zitten waar niet of bijna niet uit is gekweekt. Soms is zo’n duivin zelfs op een bonnetje gehaald van een goed hok. Toch erg jammer dat er dan niet uit wordt gekweekt. Berend geeft aan dat hij zijn beste duiven altijd heeft gekregen en af en toe het geluk had (zoals hij zelf zegt) om zo’n goede duif zelf te kweken. Feitelijk verwoordt hij hiermee iets essentieels dat naar mijn mening het verschil uitmaakt tussen de kampioenen en de overige liefhebbers. Namelijk dat de doorsnee liefhebber teveel van het geluk laat afhangen, terwijl de kampioen het geluk naar zijn hand wil zetten en het toeval zoveel mogelijk wil uitsluiten. Zo zie je dat op de kampioenshokken niet zelden de toppers al na hun prestaties als jong en jaarling op het kweekhok worden geplaatst, uit hun beste vliegers in het najaar nog een paar jongen worden gekweekt die direct op de kweek worden gezet (vaak inteeltproducten) en er doorlopend wordt gestreefd naar het vergroten van de kwaliteit. En als er al duiven op het hok zitten met zichtbare fouten (op hokken met vooral vitesseduiven komt dat zeker voor) wordt daar meestal niet uit gekweekt of er wordt aan compensatiekweek gedaan.

Ter afsluiting nog een paar vragen aan Berend.

Heb jij veel gelezen over het kweken van postduiven? Zo ja, welke boeken/schrijvers zitten volgens jou het dichtst bij de waarheid? Waar of van wie heb jij het meeste van opgestoken?

Ik heb vroeger veel duivenboeken gelezen, maar ik heb daar nu geen geduld meer voor. Het enige dat ik nog over duiven lees is “Het Spoor der Kampioenen” en sommige websites op internet.

Geloof jij in goede kweekkoppels?

Er zullen ongetwijfeld wel koppels zijn die een groot percentage goede en bruikbare jongen geven, maar ook uit zogenaamde goede kweekkoppels worden slechte duiven gekweekt. Echt niet alles wat daar uit komt is goud, zoals de verkopers op internet ons graag willen laten geloven.

Wordt er tegenwoordig niet teveel alleen naar een goede stamkaart gekeken?

Ja. Ik vind dat er veel te veel naar de afstamming word gekeken. En toch doe ik dat zelf ook! Een duif met een goede stamkaart verkoopt beter, maar ik ben er na al die jaren wel achter gekomen dat een goede stamkaart geen garantie voor succes is.

Ik ben van mening dat er te veel geld voor duiven wordt betaald die dat absoluut niet waard zijn. Deel jij deze mening?

Ja absoluut! Ik erger mij daar verschrikkelijk aan. Maar het is zoals men zegt; “Wat de gek er voor geeft”. Ik dacht jaren geleden dat deze gekte vanzelf wel zou stoppen, maar het lijkt tot nu toe alleen maar erger te worden. Zelf koop ik ook wel eens een duif maar ik hou het wel binnen de perken.

Nico van Veen - http://www.de-duivencoach.nl

 



PIGEONSUPPORT.COM

DUIVENTRANSPORT

IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

http://www.duivenvlucht.nl/images/banners/Duivenbakken.jpg

Comb. Poelman - Erica

Redstar Breedingstation

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

WE ZIJN ER BIJNA

Zo, we hebben nog 1 vlucht te gaan en dan is het seizoen ten einde en kan de vlag uit. Ik weet niet of u er ook zo aan ...

Evelien's Journaal

The Dutch

Hier enkele kilometers vandaan is voor het derde jaar op rij het KLM OPEN golf toernooi in Spijk. Men is al maanden bezig ...

Ad de Jong

Werkers zijn onmisbaar

Vrijwilligers zijn in iedere sport onmisbaar zo ook in de duivensport. Er moet iedere week in het vliegseizoen veel werk ...

Ad de Jong

COLUMNS

Coen Brugman - Rutten / Schrijvers over ...

In mijn vorige column waarin een schrijver over de duivensport centraal stond (John Laan), schreef ik dat er tegenwoordig ...

Nico Meuwsen

Een bord minder Toet

Wel rustig zo geen jongen om los te laten en fingers crossed dat ze er 's middags weer allemaal inzitten als ik ...

Sjaak Buwalda

Selectie - A man has got to know his ...

 "A Man's got to know his limitations". Komt U dat bekend voor misschien? Zou zomaar kunnen, het is ...

John Logemann