Deze keer weer een gewone liefhebber in beeld. En dat zal zeker de laatste keer niet zijn. Eén van mijn lezers merkte laatst op; “Er zijn meer gewone liefhebbers dan toppers en zonder de gewone liefhebbers waren er ook geen toppers”. En een ander schreef; “de top is alleen een dun bovenlaagje, de duivensport moet het hebben van de gewone liefhebber”. Voor beide uitspraken valt zeker wel wat te zeggen, maar er is ook een andere kant van de medaille. Iedere duivenliefhebber bepaalt uiteraard zelf waar hij de voldoening uit de duivensport c.q. liefhebberij haalt, maar hoe lang houdt iemand het vol als er geen voldoening is, maar alleen teleurstelling? Door de band genomen zijn het toch de prestaties die voor de voldoening zorgen. Wanneer die prestaties alleen nog maar behaald worden door die dunne bovenlaag zal die voldoening uit andere aspecten van de duivensport moeten komen, zo niet haakt men vroeg of laat toch af. Door professionele spelers wordt nog wel eens geroepen, dat het mooie van de duivensport is, dat de gewone liefhebber de mogelijkheid heeft om als hobbyist de professional rechtstreeks te verslaan. Iets wat in andere sporten niet of nauwelijks mogelijk is. Maar hoe vaak gebeurt dit? Meestal krijgen de gewone liefhebbers toch een flink pak slaag van de professional.

Natuurlijk is het zo dat dat je in ook in de duivensport met kwaliteit verder komt dan met kwantiteit, dus die gewone liefhebber met zijn paar duiven kan die grote kampioen best af en toe voor zitten, als hij de juiste kwaliteit op zijn hok heeft. Maar die kampioen heeft vrijwel altijd veel meer goede duiven op zijn hok, dus heeft vanzelfsprekend meer kansen.

Ik vraag me af hoe groot het percentage is van de huidige postduivenliefhebbers dat nog duiven heeft echt voor de lol, om de zinnen te verzetten, de zorgen aan de kant en lekker tussen hun gevleugelde vrienden in het duivenhok alles van zich af laten glijden? Uiteraard zijn dit soort liefhebbers er nog wel, maar misschien behoren ze wel tot een uitstervend ras. Enkele tientallen jaren geleden bestond de meerderheid van het ledenbestand van een duivenvereniging uit dergelijke liefhebbers. Tegenwoordig bestaat menige duivenclub echter voor een steeds groter wordend percentage uit liefhebbers die de duivensport bewust beoefenen. De schriftjes en krabbeltjes achter op het eigendomsbewijs verdwijnen in rap tempo om plaats te maken voor een stambomenprogramma. Vloerverwarming en/of infraroodpanelen zijn op steeds meer hokken te vinden. Kunstmatige ventilatie is ook geen zeldzaamheid meer, evenmin als transportbanden om de mest automatisch af te voeren. Verduisteren met automatische rolluiken en bijlichten op tijdschakelaars. Voedingsschema’s inclusief reinigings- en vitaminekuren worden op meer hokken toegepast dan de gemiddelde duivenliefhebber weet, enz. Het aantal liefhebbers dat mee doet om te winnen en daar de inzet en investering in tijd en geld voor over heeft, krijgt steeds meer de overhand.

En tussen deze professionele duivensportbeoefenaren proberen zich nog steeds, gewone liefhebbers zoals de 70 jarige Leo Hendriks uit Wognum, staande te houden. Leo is 4 jaar geleden met duiven begonnen na ze in zijn jeugd ook enkele jaren te hebben gehad. Hoewel het 50 jaar geleden is herinnert Leo zich zijn kleine rode duivinnetje nog goed dat voor zijn eerste successen zorgde. Dat beestje vloog verschillende kopprijzen op een schuurtje dat van kistjes was gemaakt. Toen hij in dienst ging hebben zijn ouders de duiven weggedaan. Daarna is het er niet meer van gekomen om opnieuw te beginnen. Totdat Leo in 2005 met de VUT ging. Leo, die in zijn werkzame leven timmerman is geweest, maakte op een gegeven moment een mooie duiventil voor in de tuin. En toen moesten er natuurlijk ook duiven komen. Hij wilde witte postduiven, die hij vervolgens van een oud collega kreeg samen met nog twee minder opvallend gekleurde soortgenoten. Met die 4 duiven op de til is Leo vervolgens gaan vliegen. Vervolgens kreeg hij er van clubleden nog een aantal bij zodat er al snel ook een echt duivenhok bijgebouwd werd. Ook werd een tuinhuisje tot duivenhok omgebouwd.

 

Leo is een echte dierenvriend en duivenliefhebber is de ware zin van het woord. Hij haalt erg veel voldoening uit de relatie met zijn duiven. Hij zegt hier onder andere het volgende over; “Ik praat graag tegen mijn duiven en ze praten terug. Daar kan ik echt van genieten. Ik hou van lieve aanhankelijke duiven en heb een band met mijn duiven. Duiven die zijn achtergebleven die mis ik ook echt. Een duif waarmee ik een band heb, waar ik regelmatig even mee stoei, of die op mijn hoofd en rug vliegt als ik in het hok zit, zal ik ook niet uit selecteren, ook al vliegt die geen platte prijs. Ook een duif die mij plezier heeft gedaan door een paar keer mooi op tijd thuis te zijn, zal ik niet opruimen. Een duif die goed heeft gevlogen mag bij mij oud worden.”

Om kampioen te worden en te blijven moet men er veel voor doen en voor over hebben. Dat is aan Leo niet besteed. Er zijn belangrijkere dingen dan duiven zegt Leo. Hij noemt als voorbeeld zijn kleinkinderen en zijn gezondheid. Dan maar geen kampioenschap zegt hij. Het plezier in de duiven staat bij hem voorop. Natuurlijk leest hij ook liever zijn naam op het eerste blad dan op het laatste. Maar er zijn voor hem duidelijke grenzen aan de offers die hij daar voor zou willen brengen. En winnen mag voor hem ook niet ten kostte gaan van de duiven zelf. Zijn beste prestatie tot nu toe is een 2e plaats op een vitesse vlucht. Leo herkent zichzelf ook wel in de liefhebbers die tevreden zijn wanneer ze een paar keer per jaar de grote kampioen voor kunnen zitten. Een plaatsje bij de eerste 50 op de uitslag is voor hem mooi genoeg. Als dat een paar keer niet lukt en hij er zelfs helemaal onderdoor gaat slaapt hij daar echter niet minder om. Sowieso maakt Leo zich niet zo druk om zaken met betrekking tot de duivensport. Hij kan zich wel druk maken om mensen die geen respect hebben voor de natuur, dierenmishandeling en dat soort zaken. Ook tegen oneerlijkheid kan hij erg slecht.

Aan Leo zijn medische begeleidingsschema’s en dure bijproducten niet besteed. Zijn medische begeleiding bestaat uit twee keer per jaar de mest laten onderzoeken, de verplichte entingen en medicatie wanneer de dierenarts dit voorschrijft. Voor Leo ook geen voorbehoedende kuren. De duiven mogen niets tekort komen, maar dat betekent voor Leo niet dat ze volgestopt moeten worden met allerlei bijproducten. Zo nu en dan wat omega of knoflookolie en biergist over het voer en natuurlijk grit en mineralen. Daar blijft het voor hem bij. Duiven kopen blijft beperkt tot een paar duiven per jaar om de club of het rayon te ondersteunen. Tot zover Leo Hendriks een gewone of misschien toch wel een bijzondere liefhebber.

Nico van Veen - http://www.de-duivencoach.nl/



IN DE KIJKER

Uw website 1 jaar naast elk artikel?

Bekijk onze tarieven om te adverteren!

GESPONSORDE LINKS

SPONSOREN

TOPPERS IN BEELD

Combinatie Kroesen uit Klazienaveen

Drukt neus aan het venster met diverse kampioenschappen in afdeling 10. Als we de klok zeg maar 10 jaar terug zetten ...

Topper in beeld

Theo Streefkerk en zoon, Ameide - ...

Inleiding Theo Streefkerk is een heel bekende naam onder de mannen van het zware labeur. Iedereen heeft zijn naam ...

Topper in beeld

Klip - Verhagen, Rotterdam

Klip – Verhagen (Rotterdam) Wat kunnen we nog schrijven over deze combinatie. Al jaren staan ze aan de top van de ...

Topper in beeld

KEEK OP DE WEEK

Stoppen

Voorbije dinsdagmiddag belde Dennis van Veggel dat ze per direct stopten met de duivensport. Vol energie waren de ...

Ad de Jong

Weerstandscurve

Weer zo'n titel waarvan je denkt: wat bedoelt-ie nu weer? De weerstandscurve is iets wat je tegenkomt als er iets ...

John Logemann

Het seizoen 2019 staat te beginnen - ...

Nu de zomertijd op de 31e maart weer is in gegaan begin ik met de verduistering bij de jongen. Niet dat het pik donker is ...

Ad de Jong

COLUMNS

Weerstandscurve

Weer zo'n titel waarvan je denkt: wat bedoelt-ie nu weer? De weerstandscurve is iets wat je tegenkomt als er iets ...

John Logemann

Tips (deel 1 van 2)

In mijn club was ik destijds de eerste die op Internet ‘zat’, maar dienaangaande is veel veranderd. ...

Ad Schaerlaeckens

Voorouders van de Postduif / De ...

De Gelderse Slenk zal de meeste (post)duivenliefhebbers weinig zeggen. Degenen die in de omgeving van Amsterdam, Lelystad ...

Nico van Veen