
Belangwekkende uitspraak van de Rechtbank te Utrecht inzake aansprakelijkheid NPO
Onlangs kreeg ik een uitspraak van de Rechtbank te Utrecht in een door mij gevoerde procedure tegen de NPO. Wat was het geval? Een liefhebber was beschuldigd van fraude, maar door het Beroepscollege in hoogste instantie vrijgesproken. Zonder de interne rechtsgang af te wachten heeft het bestuur NPO de betreffende liefhebber uit de nationale kampioenschappen laten verwijderen. Via Aike Jan Veninga kwam de betreffende liefhebber bij mij terecht met de vraag of hij de NPO voor de geleden schade aansprakelijk zou kunnen stellen. Omdat ik het gedrag van de NPO onzorgvuldig vond, heb ik de NPO gedagvaard.
Door de advocaat van de NPO werd als verweer aangevoerd, dat de burgerlijke rechter niet over de aansprakelijkheid zou mogen oordelen, omdat de interne rechtsgang als opgenomen in het reglement rechtspleging zou moeten worden gevolgd. Namens mijn cliënt heb ik vervolgens in stelling gebracht, dat het tucht- en geschillenrecht van de NPO niet ziet op aansprakelijkheidstellingen, omdat er geen sprake is van een geschil binnen de NPO.
Gelukkig was de rechter het met mij eens. Desgevraagd overwoog de rechter het volgende (citaat):
“De rechtbank is van oordeel, dat het onderhavige geschil geen geschil is binnen de NPO. Bij geschillen binnen de NPO worden geschillen beoogd, die de interne gang van zaken binnen de vereniging betreffen, waarbij kan worden gedacht aan het wel of niet toegelaten worden tot bepaalde activiteiten en sector- en rayonindelingen etcetera. Onderhavig geschil betreft een geschil tegen de NPO, nu is gesteld, dat de NPO onrechtmatig heeft gehandeld door de liefhebber een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen”.
Dit betekent dat, bij vermoedelijke aansprakelijkheid van de NPO tengevolge van het uitvoeren van de aan haar toebedeelde taak, in het vervolg niet eerst de interne rechtsgang, zoals opgenomen in het Reglement Rechtspleging, hoeft te worden gevolgd. De burgerlijke rechter kan rechtstreeks worden benaderd.
Voordeel hiervan is een snellere en met meer waarborgen omklede procedure. De ervaring heeft mij inmiddels geleerd, dat de interne rechtsgang binnen de NPO niet werkt. De betreffende colleges zijn minimaal bezet en de benodigde kwaliteit en kennis om het werk te doen ontbreekt. Dit is een gevolg van het door de NPO zelf gevoerde beleid. De NPO is niet bereid voor het desbetreffende werk een redelijke vergoeding te verstrekken en dit vertaalt zich in de kwaliteit van de bezetting en uitvoering.
Gelukkig dus maar dat de rechter bovengenoemde uitspraak heeft gedaan.
Mr. Jos van der Kolk
Advocaat
| Gerelateerde artikelen | |