Nieuws - Duifke Lacht Duivensportmagazine
Als je aan winterkweek doet, is december de laatste goedkope en laatste rustige maand van het nieuwe duivenjaar dat eigenlijk begon na de selectie. Selecteren betekent immers de afrekening maken en met nieuwe moed beginnen aan een nieuw duivenjaar dat minstens even goed of beter moet worden. Door de kweek zit je snel met (veel) meer duiven dan na de selectie. Dit betekent meer werk en meer uitgaven. Misschien is het praktisch om tijdig een zak mengeling zonder maïs te kopen, want als de piepers groter worden, knoeien azende duiven nogal met maïs. Je kan dit wel voorkomen door elke dag een of twee voederbeurten meer in te lassen en telkens niet meer te voeren dan de duiven opeten. Denk er ook tijdig aan wat nestvulsel weg te nemen bij koppels die te hoge nesten bouwden, want koning winter maakt snel "beeldjes voor de kerststal" van een piepertje dat uit het nest valt. Met een goedkoop verwarmingsplaatje kan je voorkomen dat het drinkwater bevriest.
Wat een geluk!
In bijna alle sporten kopen clubs spelers en dieren die (liefst dadelijk) inzetbaar zijn bij hun wedstrijden. De handel in spelers (mensen en dieren) is een miljardenhandel geworden. Wie de top wil bereiken, moet in bijna alle sporten veel geld hebben. Wat een geluk dat het in de duiven sport zo goed als onmogelijk is een goede vliegduif op een ander hok te kopen en die op eigen hok in te schakelen als vliegduif. In dat geval zouden wij hobbvrsten met een gewone portemonnee snel helemaal van de kaart geveegd worden. In de duivensport moeten groot en klein beginnen met jonge duiven en elke jonge duif is een groot vraagteken, ook al heeft ze een klinkende stamboom. Natuurlijk kan het kopen van duiven leiden tot betere kweekresultaten. Dit is dikwijls een dure aangelegenheid. Uit ervaring weet je echter, dat je al veel duiven moet krijgen of kopen voordat die je eigen duiven overtreffen. Voor een deel ligt dit soms aan de koper, want een oude duivenwijsheid zegt terecht, dat je wel duiven kan kopen maar de liefhebber er niet bij krijgt. Een goede duit heeft een goede liefhebber nodig om goed te presteren. We weten allemaal ook, dat een excellente vlieger dikwijls geen excellente kweker is. Van 100 jonge duiven schieten er na één of twee jaar maar zeer weinig meer over. Ik ben al blij als er elk jaar 1,2 of 3 redelijk goede duiven tussen mijn piepers zitten. Natuurlijk hoop je elk jaar een topper te kweken, maar ja, het is meestal zoals bij de lotto waar jouw getalletjes altijd in de trommel blijven zitten Zelfs de patroonheilige van onze sport, de heilige, Catharina Labouré wier beeldje bij de ingang van mijn hok staat, vertikt het al jarenlang om op mijn hok het juiste zaadje bij het juiste eitje te brengen. Die heilige vrouw, in haar leven kloosterzuster, weet blijkbaar ook niet goed hoe de voortplanting in elkaar zit!

Dagelijkse verzorging
Wat is het moeilijkste bij de kweek? Natuurlijk goed koppelen, maar wie kan dit echt? Wie een duif heeft die elk jaar één goede pieper geeft, heeft een goede kweker. Op veel kweekhokken zitten dure duiven, maar samen leveren ze jaarlijks niet evenveel goede piepers als het aantal kweekkoppels. Dit is gewoon de realiteit. Of is het bij jou anders? Streng zijn is ook moeilijk. Wat niet goed opgroeit, moet je dadelijk verwijderen. Het risico dat deze sukkelaars je heel bestand piepers ziek of lusteloos maken is te groot. En waar sta je dan met je dierenliefde? Je moet ook afstappen van de foute mening dat je veel piepers moet hebben om gewapend te zijn tegen grote verliezen. Te veel liefhebbers houden meer jonge duiven dan ze goed kunnen verzorgen en verliezen daardoor veel jonge duiven. Ik verlies heel weinig jonge duiven Ik heb plaats voor meer dan 50 piepers, maar al jaren beperk ik mij tot 20 à 25 omdat ik daar mijn handen mee vol heb. Als ik er meer heb, word ik zenuwachtig en zie ik niet goed meer als er iets fout begint te lopen. Vanaf dat ik er meer dan 25 heb, begin ik te selecteren. Elke duif elke dag eventjes bekijken is belangrijker dan dagelijks poetsen. Dan kan je dadelijk ingrijpen als het nodig is. Niet graag vliegen, slecht mest, te mager, te vet,. te groot keelgat. te droge pluim enz. verbeter je niet met poetsen maar met maatregelen te treffen. Veel liefhebbers gaan dan naar de dierenarts of de apotheker. Ik zoek eerst naar een oorzaak. "Voer ik te veel of te weinig? Zijn de verluchting en de droogte van het hok goed? Heb ik een sukkelaar te lang gespaard?" enz. Als ik geen oorzaak vind, vraag ik aan mijn vrouw of er nog plaats is in de diepvries.
Voeding
Niet kwekende duiven voer je in deze periode best niet te sterk. Het mag zelfs uitsluitend zuiveringsmengeling zijn. Genoeg eten betekent "tot ze de gerst in de mengeling niet meer oppikken". Je duiven laten aanvetten is altijd verkeerd. Omdat ik met al mijn duiven aan winterkweek doe, voer ik nu hoofdzakelijk kweek en bevochtig ik het voer in deze periode elke dag met lookolie of appelazijn en strooi er wat biergist over. Mijn broedende duiven moeten elke dag, behalve bij sneeuwen mist, een uurtje buiten trainen waardoor ze niet te vet worden. Mijn duiven kunnen elke dag ook groenten eten als ze daar zin in hebben: wortelen, spruiten en boerenkool heb ik in overvloed. En natuurlijk krijgen ze elke dag verse grit en staan er altijd mineralen.
Medicatie
Als voorbereiding op de kweek heb ik niet gekuurd. Mijn jonge duiven zullen ook in 2011 geen medicatie krijgen. Dit volhouden is soms moeilijk, ofschoon het in werkelijkheid gemakkelijker en goedkoper is. Waarom is dit moeilijk? Gewoon omdat ons duivenliefhebbers via reclame en reportages al jarenlang ingepompt wordt, dat kuren naar suc¬cessen leiden. Ik geef de voorkeur aan een natuurlijke gezondheid. Heb jij jezelf gekuurd toen je een kind wilde? Zit jij zelf om de 2, 3 of 4 weken te snoepen (!) uit je apotheekkastje? Is zo redeneren dwaas?
Vliegseizoen 2011
Voor 2010 heb ik mezelf slechte punten gegeven inzake het motiveren van duiven. Ik wilde meer dan ik kon. Door tijdgebrek word je dan na een tijdje slordig en roekeloos waardoor je goede duiven verliest en vernielt. Met mes, hamer, tang en koevoet heb ik maatregelen genomen om het risico op tijdgebrek in 2011 sterk te verkleinen: minder duiven, geen duiven meer die ik moet vasthouden, 6 in plaats van 12 kweekkoppels, van een aantal nestbakken brandhout of opbergrekken gemaakt en de hokinrichting overal verbeterd. Mijn duiven waren te schuw geworden. Daarom heb ik op alle afdelingen terug een voedertafel aangebracht zoals bij mijn piepers. De duiven moeten nu weer heel dicht bij mij komen om eten te krijgen en zijn niet meer bang van mijn handen. Het invliegraam voor de duivinnen heb ik groter gemaakt. want vorige winter hebben twee duivinnen hun buitenste slagpen gebroken bij het naar buiten stormen. Door de afdelingen van mijn hok geschikter te maken voor het totale weduwschap kan ik nu mijn vliegduiven gemakkelijker verdelen in drie groepen. Dit is ideaal voor de fond om elke duif tussen twee fondvluchten twee weekends rust te geven. Die verdeling in groepen maakt het ook mogelijk dat een duiver of duivin bij thuiskomst van een wedstrijd altijd zijn of haar partner thuis vindt. En wat met de bewering dat je bij totaal weduwschap alle duiven elke week moet spelen? Ik heb het geprobeerd. Voor de fond vind ik dat reportage- en cafépraat. want dan zouden er in alle wedstrijden meer duiven zijn. Het is een vermoeiend sleepwerk, veel schrijfwerk, peperduur, veel geknoei in je wagen en de motivatie wordt met de week kleiner, vooral bij duivers. Je ziet, ik kijk al echt uit naar het nieuwe duivenseizoen en voel me weer jonger. En jij?
Jaak Nouwen - Duifke Lacht 2010 - Nr 17 - December (1)
Wilt u ook lid worden op Duifke Lacht dat kan via deze link!!
| Gerelateerde artikelen | |