Een onderwerp waarop ik regelmatig terugkom in mijn stukjes, is de toekomst van de duivensport. Sommigen vragen zich af of daar hier in Nederland sowieso nog wel een toekomst voor is. Dat de duivensport in landen als het voormalig Oostblok en China volop bloeit, terwijl er in Nederland jaarlijks meer liefhebbers stoppen dan dat erbij komen is een ieder bekend. De vraag is waarom komen ze er daar wel bij en hier niet? Hoe kun je nu de belangstelling opwekken van potentiële duivenliefhebbers? Volgens een onderzoek dat Arie Dijkstra in de jaren 90 uitvoerde moet het antwoord vanuit de basisverenigingen moet komen. Maar is dat wel zo? Wat maakt de duivensport voor al die nieuwe duivenliefhebbers in het voormalig Oostblok en China dan zo aantrekkelijk? Dat is zeker niet het verenigingsleven. Dat bestaat daar immers nauwelijks. In China is het vooral het gokelement dat mensen doet besluiten om duiven te gaan houden.
